RSS

Monthly Archives: July 2014

Kampeerweekend /Camping weekend

Voorheen was het standaard. Dan gingen we kamperen met de neefjes en nichtjes om de verjaardagen van enkelen van hen te vieren. Hun ouders hadden wijselijk besloten dat ze geen zin hadden in die bergen rotzooi in huis en de kinderen waren toch aan het einde van de zomer jarig, dus hop: de camping werd geregeld, de vriendjes en vriendinnetjes uitgenodigd, een weekend lang was het een grote bende die z’n weerga niet kende, de camping-eigenaren vonden dat okee zolang het duurde en daarna duurde het toch weer een vol jaar voordat we terug kwamen.

Daar kwam verandering in toen de kinderen, inmiddels adolescenten en tieners, hun ouders verboden om nog mee te komen.
Immers, de ouders hielden (teveel) toezicht en zo konden stiekeme alcohol en drugsexperimenten, compleet met onschuldige, maar verder gaande vrijerijen, tenminste ongelimiteerd plaatsvinden.
Dat resulteerde meteen de eerste keer al in een campingverbod. Hoewel neeflief zich had opgeworpen tot ‘leider’, wilde dat nog niet zeggen dat hij alles en iedereen ook daadwerkelijk onder controle kon houden. Hij kwam heel ver met een vreselijk eng spookverhaal bij onze nachtelijke dwaling langs het Henschotermeer, maar desondanks braakte een van z’n vrienden het hele stuk strand waar we op dat moment waren, vol. Zuchtend en steunend werd deze, na enorm veel gezeul en gehannes door het bos, in de boedelbak geheveld die hij had gehuurd om in te overnachten.
Wel moest iemand eerst de bak inrichten (lees: een vrachtlading aan halve liter bierblikken weggooien). De volgende ochtend keek het lijdend voorwerp zielig door het plastic luikje, als een hond met treurige ogen die om voedsel vraagt.

Later hoorde ik pas dat een van de vriendinnen uit het gezamenlijke voetbalteam bovendien een kleine woede uitbarsting had gehad. Dat had een van de toiletpotten in het sanitairgebouw niet overleefd. En ik weet niet of dat het was, of het feit dat de enige volwassene die tegen middernacht toch nog op kwam dagen, tijdens een niesbui alle wiet uit z’n stickie in het gezicht van een minderjarige nieste (per ongeluk).
Het jaar daarop mochten we hoe dan ook niet meer terug komen en werd het een andere camping. Jammer, het was zo leuk bij het Henschotermeer…

Before, it was tradition to go camping with all of the cousins, to celebrate some of their birthdays. Their parents wisely decided that they didn’t feel like having a huge mess around the house and all of them had their birthdays at the end of the summer, so whoppa. The camping was arranged, friends invited, it was an utter mess for the whole weekend, the camping owners were okay with that since it took us a full year to come back anyway.
That changed when the children entered teenhood and told their parents to stay away. Sure thing they would keep a (too) strict eye on what was happening and without them, some drug and liquor experimenting and innocent but further going love experience could happen at last, without a limit.
It resulted, however, in a camping ban after that very first time. Even though my darling cousin had tried to be a group leader, that didn’t mean he really could keep in control of absolutely everybody. He did a good job by telling us a terribly frightening ghoststory during our walk around the Henschotermeer, but even so one of his friends vomited all over the beach spot where we were. Sighing and groaning he was carried, after much bearing and fiddling through the forest, and put to bed in a rental carriage he appeared to have rented to sleep in.
Not before someone climbed that rental carriage to free it’s zone from a bucket load of empty beer cans though. The next morning the patient hung his head through the plastic flaps looking like a pathetic dog instead of a human with a huge hangover.
It was later that I heard one of the girlfriends of the boys from the soccerteam had filed her anger out on a toilet bowl in the bathroom building. The bowl had not survived. And I don’t know if that was the reason we were banned, or that it might have been because of the only adult that joined our little party after midnight, causing a bit of consternation when he sneezed the weed out of his siggy into the face of a minor.
The year after we got banned, however, not allowed to come back anymore.
Too bad, we had such a great time at the Henschotermeer….

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , ,

Geloof of behoefte aan regels? / Religion or in need of rules?

In deze tijd zie je het overal gebeuren, dat religie het lot van vele mensen lijkt te bepalen. Dat ieder mens zijn of haar eigen opvattingen heeft omtrent het geloof, moge duidelijk wezen. Dat de liefde voor een bepaald geloof een leeuw(in) in mensen wakker maakt, klaar om het nest te verdedigen, zie je elke dag gebeuren.
Ooit was ik op een begrafenis aanwezig, van iemand die te vroeg overleed. De jonge kinderen stonden om de kist heen. Op dat moment zag ik heel duidelijk het geloof een plek hebben, ingevuld worden. Het hele gezin droeg op eigen wijze mee aan een mooie, intensieve en prachtige dienst. Men had troost aan het geloof. In de droevigste tijd van hun leven hadden ze iets om aan vast te houden. Een strohalm in de meest diep treurige tijd van hun leven.
Dat is iets moois aan het geloof: het bindt. Hoe meer mensen samen dezelfde mening uitdragen, hoe sterker een groep wordt, tenslotte.

Maar toch, hoe komt dat? Hoe kan het dat een geloof, dat mensen bepaald niet met rust laat voor wat betreft hun levenswijze, dat die toch zoveel aanhang heeft?
Als kinderleidster in wording hoorde ik destijds dat kinderen gek genoeg meestal het meeste houden van degene die ‘t strengst voor ze is. Vrijwel standaard regel binnen de pedagogiek.
Regels die ze als een strakke band in het gareel houden, blijken de prettige bijkomstigheid van het ‘veilig voelen’ met zich mee te brengen. Ergens ook weer logisch: in de baarmoeder had je tenslotte ook niet bepaald veel bewegingsvrijheid, de regels die er, eenmaal buiten, worden gesteld, zijn vergelijkbaar met al deze beperkingen. Je voelt je opgesloten, maar prettig.
Zou het dan zo zijn dat deze groep mensen zich alleen maar vrij en veilig voelt door het opleggen van zo veel mogelijk regels? Door het leven als een heilige na te streven, voelen dat dat de enige manier is om ooit in de meest gewenste plek op aarde te komen? Het lijkt zo.

De mens heeft behoefte aan regels, zoveel is duidelijk. Zit het niet in sociale gedragingen als beleefd groeten, gedag zeggen, van andermans spullen afblijven, dan wel in technische berekeningen, wiskunde (ja, daar heb je ‘m weer!) en andere alledaagse zaken. Daarnaast moet er een logica achter zitten, hoewel dit voornamelijk voor hen is weggelegd die daadwerkelijk vragen durven te stellen. Er zijn er zat die zonder ooit een vraag te stellen, gewoon de regels opvolgen omdat ‘iedereen doet het’. Voor sommige mensen is dat nu eenmaal zalig eenvoudig.

At the moment you see it everywhere: religion seems to get a firm grip on peoples lives. It is very obvious that every person has his or her own ideas and opinions about religion. The intense love for ones faith can awaken the lion, protecting it’s whelps, in a human being: proof of that every single day.
Once I was attending a funeral of someone who died too early. The young children were surrounding the coffin. On that moment, I saw their religion being useful, a place to be, giving comfort, very strongly. The whole family was part of the sermon, each in their own way. It was lovely, sad, intensive and beautiful. They found comfort in their faith. In the saddest time of their life, they had something to hold on to.
That is something very nice about religion: it binds people together, makes them stronger. After all, as a group you can do more than you can do alone.

But still: how does it come to be? How can it be that a religion, that doesn’t exactly leave you to peace as in how you should live your life, has so many people attached to it?
When I was still in school to become a kindergarten ‘teacher’, I heard that children are most likely to get attached to the teacher that is the most strict one of them all. It’s a standard rule in Pedagogics.
Rules that feel like they bind you up so fast you can hardly move around, seem to give out the feeling of being safe out the strongest. In a way this is logical: when you were in the womb, you didn’t have much room to move around. Rules are, once out, pretty much similar to this feeling. You feel binded, but safe.
Would it be this group of people only feels safe when they are bound because of all the rules they get, because it feels so restricted? By living the life of a holy one, it’s the only way to have the best place on earth? It seems so.

Humans need rules, that’s obvious. If it isn’t for social behavior, like greeting nicely, say goodbye, stay off stuff that isn’t yours, or in technical matters like mathematics (yes, there it is again!), and other things that float around every day. Those rules do need a logical explanation, although only just for the persons that actually ask questions. Tons of people never do, they just follow the rules because ‘everybody else is doing it’. Because for some people, that’s so blissfully simple.

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Uncategorized

 

Examen bij Capabel / Exam

Dus ik kom aan met m’n zenuwachtige harsens om een herkansingsexamen te maken.
In een lokaal met tal van andere opleidingen samen, worden we eerst verzocht een papier te tekenen voordat je plaatsneemt.
Op alle tafeltjes liggen alvast kladblaadjes op naam klaar.
Van de toets voor mijzelf en twee klasgenoten ontbreekt ieder spoor. Ook staan onze namen niet op de lijstjes waar we op zouden moeten tekenen. Er staan op dat moment twee examinatrices, of zo lijkt het, in het lokaal. Ik noem ze even Jut en Jul, met uw welnemen.
Terwijl Jul als een kip zonder kop rond rent, zit Jut op een stoel bejaard te wezen en verteld inkomend verkeer dat ze toch vooral moeten tekenen, dat ze zeker honderd lijsten heeft en dat hun namen er toch heus wel tussen staan.
Van ons drie niet, dus we mogen ook niet gaan zitten. Als er tenslotte, na de vloedgolf van mensen, toch nog drie lege tafeltjes zijn, worden we uitgenodigd te gaan zitten.
‘We delen de toetsen uit, misschien zitten ze er gewoon tussen, anders ga ik het voor jullie regelen, dan mogen jullie even met me mee komen’, verklaard Jul strijdvaardig. Jut probeert zich in d’r kraag te verstoppen, die houdt niet zo van moeilijkheden.
Jul geeft ons drie een blaadje, ‘kun je daar je naam, je studentnummer en je opleiding op zetten?’ verzoekt ze. Ik heb nog iets veel beters: mijn oproep om op te komen draven, inclusief het tijdstip waarop je aanwezig moet zijn. We zijn inmiddels alweer een kwartier verder.
De toetsen worden uitgedeeld door Jul met woeste brulstem en Jut die voorzichtig heen en weer schuifelt, hier en daar papieren uitdelend. Dan zijn de toetsen op.
Wij hebben nog niks voor ons liggen.
‘Komen jullie maar mee’, voegt Jul de daad bij het woord. We staan braaf op met al onze spullen. Op naar kantoor, waar een nieuw Miepje (formaat forse walrus) aan d’r haar wordt getrokken. Of zij iets weet? Er wordt een lijst bij gepakt, waarop wordt bekeken of we wel bestaan (inwendig wil ik ze inmiddels alland ‘t raam uitsmijten: ‘hallo, ik sta HIER!’) en daarna wordt er, met veel gemurmel, nog een berg enveloppen uit een ander kastje getrokken.
‘Kijken jullie even mee? Jullie kennen je eigen naam tenslotte het beste?’ vraagt Jul.
Mijn naam ligt op de brief recht onder Jul’s neus te prijken, maar dat terzijde.
‘Hier, dat zijn wij’, zegt een van m’n klasgenoten. De enveloppe wordt gecontroleerd op toets (op de buitenkant) en die toetscode moeten we maar net uit ons hoofd kennen. Diezelfde klasgenoot weet dat gelukkig ook.
‘Nou, mogen jullie weer naar binnen, kun je rustig je toets maken’, zegt Jul, nadat ze eerst geopperd heeft dat het kantoorMiepje misschien ook wel zolang bij ons wil zitten? Maar daar heeft kantoorMiepje geen zin in. Terug naar het lokaal, ook best. Iedereen is in diepe rust en concentratie. We krijgen onze toets, eindelijk. Ik zit er net helemaal in, als ik een vinger op m’n schouder voel. Het is Jut.
‘Laat je ID en je oproepbrief eens even zien’, verzoekt ze. Zucht. Geweldige school, die Capabel Onderwijs Groep…

So I arrived with my nervous brain to take a re-test. In a classroom with other students, none of which belonged to the same training (it’s a school which only trains Assistants in the Care department). We are asked to sign a piece of paper before you find your way to a seat. On every table there’s a scribbling pad, typed with your name on it.
There is, however, no sign of an exam for me and two classmates. Our names aren’t on any of the lists presented to sign either. There are two examinators, or so they seem to be, in the room. I’ll name them Mork and Dork, if you don’t mind.
While Mork is running around like a headless chicken, Dork is being old and useless and is telling incoming people to sign the piece of paper before sitting down, their name really should be on one of the hundred lists and it’s on there somewhere for sure.
With us that’s not the case, so we’re not allowed to sit down either. When everybody seems to be in and there are some empty spots left, we can finally sit down.
‘We are going to give out the tests, yours might be in here as well. In case they’re not, you can come along with me, I will sort it out and arrange something’, Mork says a little to cheery, but very ready to fight for us. Dork is hiding in her collar, she doesn’t seem to like problems that much.
Mork gives us another piece of paper, ‘could you write down your name, student number and you type of training on there, please?’ she asks. I have something better: the letter I got to come and make the exam, which has my name and everything on it, including the time I am supposed to make the test, 9:15am. Several minutes have passed by now.
The exams are being spread by Mork and Dork now. Mork has a good and loud voice to do this properly, while Dork is mostly wandering around, giving out papers here and there. Then the tests are all given out, but we did not get anything.
‘You come along with me’, Mork says, as promised earlier. We pick up all of our stuff and follow like good girls. We walk to the office, where another Huey, Dewey and Louie-person is pulled away from the computer; does she know anything?
There’s another list, to check if we even exist (I deeply wish to throw them out of the window at this point, since ‘well helloooooo here I am!! So yes, I do exist’) and with a lot of murmering, another enveloppe is pulled out of another closet or desk.
‘Could you girls check with us? You do, after all, know your names better then anyone’, Mork says. My name is almost shouting it’s way out of the letter right under Mork’s face, but that shouldn’t make it less fun to look for it, I suppose?
‘Here, that’s us’, one of my classmates says. The enveloppe is being checked to see if the right test is in it (on the outside). Thankfully, the classmate even knows the code for the test.
‘Alright, so you can go back inside to make your test properly now’, Mork says, after she tried to persuite the officeMonkey, who actually had no intention to do this whatsoever. So back to the classroom it is, fine. Everyone there is in deep concentration, quiet and settled when we come barging back in. We get our tests, finally. Just as I am concentrating on it very deeply, I feel a tap on my shoulder. It’s Dork.
‘Can I see your ID and the letter you received to come here?’ SIGH. Great school, the Capabel Onderwijs Groep…

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Humour, Opinion

 

Tags: , , , , ,

Het nut van wiskunde/ the use of mathematics

‘Waar heb ik dit vak nou toch voor nodig?’ als het weer eens over wis- danwel natuurkunde gaat. Hoe laat je iemand ergens van houden, of in elk geval positief denken, als het nut ervan lijkt te ontbreken en de weg erheen vol obstakels is belegd?
Het is ook niet makkelijk om uit te leggen, vrees ik, totdat je je bepaalde zaken gaat realiseren. Dat wis- en natuurkunde het theoretische deel van out of the box denken behelzen, bijvoorbeeld.
Denk je maar eens in: een kind heeft voor een knutselarijtje een touwtje nodig. Kan het kind niet vinden, noch de ouder. Er wordt naar een oplossing gezocht, in de vorm van een veter, een grote dunne doek, een elastiekje. Probleem opgelost.
Hoe zit dat dan met betrekking tot wis- en natuurkunde? Al die formules die je alleen op je tentamen nodig lijkt te hebben, waar leidt dat dan precies naartoe?
Ik kan me nog een opgave herinneren bij natuurkunde, jaren geleden. Er stond ergens dat ik uit moest rekenen hoe hoog een bal geschopt werd, en ik kreeg een hint, vonden ze zelf. Dat de bal op z’n hoogste punt een snelheid van 0 m/s had. Waardeloos vond ik die tip, dat kon elke lulhannes zo toch ook wel bedenken?! Verontwaardigd stapte ik aldus op mijn lerares af om me te beklagen over zo’n nutteloze tip.
‘Kijk’, legde ze me in alle vriendelijkheid uit, wijzend op mijn formuleblaadjes, ‘misschien heb je hier niet alle informatie die je nodig hebt, maar als je deze formules doorneemt, zie je dat er hier eentje staat waar jouw letter wel in voorkomt, dus kun je die gebruiken’. Het klopte. Ze tekende geduldig verder, schreef formule na formule en tenslotte verliet ik haar bureau met een opgeloste som. Niet zo snugger dat ik het de volgende keer in m’n eentje zou kunnen, maar omdat de herinnering nog in m’n geheugen staat, is er zeker wel wat van blijven hangen 😉
De grond voor out of the box denken werd hier tenslotte wel gelegd. En dat is nou precies wat er met die formules en rekensommen tevens beoogd wordt. Niet alleen het kunnen uitrekenen van de oppervakte van je toekomstige huis, tuin, keuken of poedel, maar ook om de zaken die je hebt, dusdanig door de formuleklutser heen te kunnen halen dat je met een acceptabel resultaat in je handen kunt staan. Noem het theoretisch/abstract Mac Gyveren: er is een resultaat wat je wilt bereiken, nu is de vraag nog hoe. Welke formules heb je nodig om je cijfers of variabelen in plat te malen? Wat is de snelste of slimste weg?
Als je bedenkt dat het te vergelijken is met knutselen (denk maar aan de scene uit Apollo 13 waarin niet alleen in de ruimte zaken berekend moeten worden omdat er ineens iets is misgegaan, maar men ook terstond voor elkaar moet zien te krijgen dat een vierkant in een rondje past), dan wordt het nut van wis- en natuurkunde ineens een heel stuk duidelijker.
Waarmee ik overigens niet wil beweren dat het ook meteen een stuk leuker wordt….

‘What is the use of this subject?’ when it’s concerning mathematics or science. How do you make someone love it, or at least look at it positively when the point is missing and the road is filled with obstacles?
It’s not easy to explain until you realize something. For instance that maths and science contain the theoretical part of thinking ‘out of the box’.
Think about the following: a child needs a rope for some handicraft. Both the child and the parent can’t find any. It has a solution, like a lace, a thin big cloth or an elastic band. Problem solved.
So how about this bein applicable to maths and science then? All the equations you only seem to need to make the test, how about those?
I can remember a science question when still at school. I had to do the math of how the height of a ball being kicked. It said I got a hint: ‘on it’s highest point, its speed is 0 m/s’. I thought the hint was worthless, any dork could’ve thought of that in my opinion. So I turned to my teacher, Ms Mijnders, to complain about the stupid hint.
‘Look’, she explained to me friendly, pointing at my pages with equations and formulas, ‘you might think you don’t have all the information here, but if you take a look at these equations, you will find there is one here which has the letter you were looking for, so you can actually use that one’. She was right. She drew it out for me, wrote formula after formula and I left her desk with the problem solved. I wasn’t so clever I could immediately solve the next problem that came along, but since I can still remember it happening, it did stick with me!
Grounds for thinking out of the box were put in my head there. And that’s what mathematics and science are about, at least partially.
Not just being able to do the maths on the area of your home, your garden, your poodle, but also to be able to put the things you have through some formula machine and make sense with it, with a nice result to end. Say it’s theoretical/abstract Mac Gyvering: you have a problem that needs solving, so now how? Which formulas do you need to make sense out of the numbers and letters? Which is the quickest or the smartest way to do so?
If you compare it with handcrafting (think about the scene from Apollo 13, where not only are there lots of brain crackers to be solved without so much as a calculator because things turn worse, but they also need to make a square peg fit into a round hole) then you will notice there is a very clear use for maths and science.
Truth has to be told though: I am not saying it will become any more nice though….!

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Daily life, Opinion

 

Tags: , , , , , , , , , ,

Rookfles/ Smelly bottle

Op een doodgewone dag op m’n werk als kinderleidster, komt mijn collega Betty naar me toe.
‘Ruik eens’, gebied ze me, terwijl ze een volle zuigfles voor m’n neus houdt, met de druppels van de flessenwarmer er nog op.
‘Wat?’ vraag ik, terwijl ik uit automatisme terugdeins.
‘Gewoon, ruik eens!’ verzoekt ze nogmaals. Ze duwt de fles de hoogte in, richting mijn neus. Ik geef toe, ruik aan de fles. Vol afschuw trek ik terug.
‘Getverdemme!’ roep ik uit. De fles ruikt naar rook. Het soort rook van een sigaret. Je ruikt het door de fles heen.
‘Als dat geen rokershuishouden is, weet ik het niet meer’, zegt Betty, pijnlijk grijnzend, ‘en dan maar denken dat borstvoeding het beste is wat je je kind kunt geven….’

On a typical day at work in childrens daycare, my colleague Betty approaches me.
‘Smell!’ she tells me, keeping a bottle in front of my nose, the drops of water from the heater still on it.
‘What?’ I ask, while I pull back in an automatic move.
‘Just, SMELL!’ she repeats. She pushes the bottle even more up high, as I am quite a bit taller than she is. Then I decide to do what she says, smell the bottle. Fully disgusted I pull back.
‘Yikes!’ I yell. The bottle is smelling of smoke. The kind of smoke that comes from a cigaret. You can smell it through the bottle!
‘If that’s not a smoking home, I don’t know’, Betty concludes, her face in a painfull grin, ‘and still thinking breastfeeding is the best you can offer to your child…’

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Humour, Opinion

 

Tags: , , , , , , , , , ,