RSS

Monthly Archives: July 2014

Examen bij Capabel / Exam

Dus ik kom aan met m’n zenuwachtige harsens om een herkansingsexamen te maken.
In een lokaal met tal van andere opleidingen samen, worden we eerst verzocht een papier te tekenen voordat je plaatsneemt.
Op alle tafeltjes liggen alvast kladblaadjes op naam klaar.
Van de toets voor mijzelf en twee klasgenoten ontbreekt ieder spoor. Ook staan onze namen niet op de lijstjes waar we op zouden moeten tekenen. Er staan op dat moment twee examinatrices, of zo lijkt het, in het lokaal. Ik noem ze even Jut en Jul, met uw welnemen.
Terwijl Jul als een kip zonder kop rond rent, zit Jut op een stoel bejaard te wezen en verteld inkomend verkeer dat ze toch vooral moeten tekenen, dat ze zeker honderd lijsten heeft en dat hun namen er toch heus wel tussen staan.
Van ons drie niet, dus we mogen ook niet gaan zitten. Als er tenslotte, na de vloedgolf van mensen, toch nog drie lege tafeltjes zijn, worden we uitgenodigd te gaan zitten.
‘We delen de toetsen uit, misschien zitten ze er gewoon tussen, anders ga ik het voor jullie regelen, dan mogen jullie even met me mee komen’, verklaard Jul strijdvaardig. Jut probeert zich in d’r kraag te verstoppen, die houdt niet zo van moeilijkheden.
Jul geeft ons drie een blaadje, ‘kun je daar je naam, je studentnummer en je opleiding op zetten?’ verzoekt ze. Ik heb nog iets veel beters: mijn oproep om op te komen draven, inclusief het tijdstip waarop je aanwezig moet zijn. We zijn inmiddels alweer een kwartier verder.
De toetsen worden uitgedeeld door Jul met woeste brulstem en Jut die voorzichtig heen en weer schuifelt, hier en daar papieren uitdelend. Dan zijn de toetsen op.
Wij hebben nog niks voor ons liggen.
‘Komen jullie maar mee’, voegt Jul de daad bij het woord. We staan braaf op met al onze spullen. Op naar kantoor, waar een nieuw Miepje (formaat forse walrus) aan d’r haar wordt getrokken. Of zij iets weet? Er wordt een lijst bij gepakt, waarop wordt bekeken of we wel bestaan (inwendig wil ik ze inmiddels alland ‘t raam uitsmijten: ‘hallo, ik sta HIER!’) en daarna wordt er, met veel gemurmel, nog een berg enveloppen uit een ander kastje getrokken.
‘Kijken jullie even mee? Jullie kennen je eigen naam tenslotte het beste?’ vraagt Jul.
Mijn naam ligt op de brief recht onder Jul’s neus te prijken, maar dat terzijde.
‘Hier, dat zijn wij’, zegt een van m’n klasgenoten. De enveloppe wordt gecontroleerd op toets (op de buitenkant) en die toetscode moeten we maar net uit ons hoofd kennen. Diezelfde klasgenoot weet dat gelukkig ook.
‘Nou, mogen jullie weer naar binnen, kun je rustig je toets maken’, zegt Jul, nadat ze eerst geopperd heeft dat het kantoorMiepje misschien ook wel zolang bij ons wil zitten? Maar daar heeft kantoorMiepje geen zin in. Terug naar het lokaal, ook best. Iedereen is in diepe rust en concentratie. We krijgen onze toets, eindelijk. Ik zit er net helemaal in, als ik een vinger op m’n schouder voel. Het is Jut.
‘Laat je ID en je oproepbrief eens even zien’, verzoekt ze. Zucht. Geweldige school, die Capabel Onderwijs Groep…

So I arrived with my nervous brain to take a re-test. In a classroom with other students, none of which belonged to the same training (it’s a school which only trains Assistants in the Care department). We are asked to sign a piece of paper before you find your way to a seat. On every table there’s a scribbling pad, typed with your name on it.
There is, however, no sign of an exam for me and two classmates. Our names aren’t on any of the lists presented to sign either. There are two examinators, or so they seem to be, in the room. I’ll name them Mork and Dork, if you don’t mind.
While Mork is running around like a headless chicken, Dork is being old and useless and is telling incoming people to sign the piece of paper before sitting down, their name really should be on one of the hundred lists and it’s on there somewhere for sure.
With us that’s not the case, so we’re not allowed to sit down either. When everybody seems to be in and there are some empty spots left, we can finally sit down.
‘We are going to give out the tests, yours might be in here as well. In case they’re not, you can come along with me, I will sort it out and arrange something’, Mork says a little to cheery, but very ready to fight for us. Dork is hiding in her collar, she doesn’t seem to like problems that much.
Mork gives us another piece of paper, ‘could you write down your name, student number and you type of training on there, please?’ she asks. I have something better: the letter I got to come and make the exam, which has my name and everything on it, including the time I am supposed to make the test, 9:15am. Several minutes have passed by now.
The exams are being spread by Mork and Dork now. Mork has a good and loud voice to do this properly, while Dork is mostly wandering around, giving out papers here and there. Then the tests are all given out, but we did not get anything.
‘You come along with me’, Mork says, as promised earlier. We pick up all of our stuff and follow like good girls. We walk to the office, where another Huey, Dewey and Louie-person is pulled away from the computer; does she know anything?
There’s another list, to check if we even exist (I deeply wish to throw them out of the window at this point, since ‘well helloooooo here I am!! So yes, I do exist’) and with a lot of murmering, another enveloppe is pulled out of another closet or desk.
‘Could you girls check with us? You do, after all, know your names better then anyone’, Mork says. My name is almost shouting it’s way out of the letter right under Mork’s face, but that shouldn’t make it less fun to look for it, I suppose?
‘Here, that’s us’, one of my classmates says. The enveloppe is being checked to see if the right test is in it (on the outside). Thankfully, the classmate even knows the code for the test.
‘Alright, so you can go back inside to make your test properly now’, Mork says, after she tried to persuite the officeMonkey, who actually had no intention to do this whatsoever. So back to the classroom it is, fine. Everyone there is in deep concentration, quiet and settled when we come barging back in. We get our tests, finally. Just as I am concentrating on it very deeply, I feel a tap on my shoulder. It’s Dork.
‘Can I see your ID and the letter you received to come here?’ SIGH. Great school, the Capabel Onderwijs Groep…

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Humour, Opinion

 

Tags: , , , , ,

Het nut van wiskunde/ the use of mathematics

‘Waar heb ik dit vak nou toch voor nodig?’ als het weer eens over wis- danwel natuurkunde gaat. Hoe laat je iemand ergens van houden, of in elk geval positief denken, als het nut ervan lijkt te ontbreken en de weg erheen vol obstakels is belegd?
Het is ook niet makkelijk om uit te leggen, vrees ik, totdat je je bepaalde zaken gaat realiseren. Dat wis- en natuurkunde het theoretische deel van out of the box denken behelzen, bijvoorbeeld.
Denk je maar eens in: een kind heeft voor een knutselarijtje een touwtje nodig. Kan het kind niet vinden, noch de ouder. Er wordt naar een oplossing gezocht, in de vorm van een veter, een grote dunne doek, een elastiekje. Probleem opgelost.
Hoe zit dat dan met betrekking tot wis- en natuurkunde? Al die formules die je alleen op je tentamen nodig lijkt te hebben, waar leidt dat dan precies naartoe?
Ik kan me nog een opgave herinneren bij natuurkunde, jaren geleden. Er stond ergens dat ik uit moest rekenen hoe hoog een bal geschopt werd, en ik kreeg een hint, vonden ze zelf. Dat de bal op z’n hoogste punt een snelheid van 0 m/s had. Waardeloos vond ik die tip, dat kon elke lulhannes zo toch ook wel bedenken?! Verontwaardigd stapte ik aldus op mijn lerares af om me te beklagen over zo’n nutteloze tip.
‘Kijk’, legde ze me in alle vriendelijkheid uit, wijzend op mijn formuleblaadjes, ‘misschien heb je hier niet alle informatie die je nodig hebt, maar als je deze formules doorneemt, zie je dat er hier eentje staat waar jouw letter wel in voorkomt, dus kun je die gebruiken’. Het klopte. Ze tekende geduldig verder, schreef formule na formule en tenslotte verliet ik haar bureau met een opgeloste som. Niet zo snugger dat ik het de volgende keer in m’n eentje zou kunnen, maar omdat de herinnering nog in m’n geheugen staat, is er zeker wel wat van blijven hangen 😉
De grond voor out of the box denken werd hier tenslotte wel gelegd. En dat is nou precies wat er met die formules en rekensommen tevens beoogd wordt. Niet alleen het kunnen uitrekenen van de oppervakte van je toekomstige huis, tuin, keuken of poedel, maar ook om de zaken die je hebt, dusdanig door de formuleklutser heen te kunnen halen dat je met een acceptabel resultaat in je handen kunt staan. Noem het theoretisch/abstract Mac Gyveren: er is een resultaat wat je wilt bereiken, nu is de vraag nog hoe. Welke formules heb je nodig om je cijfers of variabelen in plat te malen? Wat is de snelste of slimste weg?
Als je bedenkt dat het te vergelijken is met knutselen (denk maar aan de scene uit Apollo 13 waarin niet alleen in de ruimte zaken berekend moeten worden omdat er ineens iets is misgegaan, maar men ook terstond voor elkaar moet zien te krijgen dat een vierkant in een rondje past), dan wordt het nut van wis- en natuurkunde ineens een heel stuk duidelijker.
Waarmee ik overigens niet wil beweren dat het ook meteen een stuk leuker wordt….

‘What is the use of this subject?’ when it’s concerning mathematics or science. How do you make someone love it, or at least look at it positively when the point is missing and the road is filled with obstacles?
It’s not easy to explain until you realize something. For instance that maths and science contain the theoretical part of thinking ‘out of the box’.
Think about the following: a child needs a rope for some handicraft. Both the child and the parent can’t find any. It has a solution, like a lace, a thin big cloth or an elastic band. Problem solved.
So how about this bein applicable to maths and science then? All the equations you only seem to need to make the test, how about those?
I can remember a science question when still at school. I had to do the math of how the height of a ball being kicked. It said I got a hint: ‘on it’s highest point, its speed is 0 m/s’. I thought the hint was worthless, any dork could’ve thought of that in my opinion. So I turned to my teacher, Ms Mijnders, to complain about the stupid hint.
‘Look’, she explained to me friendly, pointing at my pages with equations and formulas, ‘you might think you don’t have all the information here, but if you take a look at these equations, you will find there is one here which has the letter you were looking for, so you can actually use that one’. She was right. She drew it out for me, wrote formula after formula and I left her desk with the problem solved. I wasn’t so clever I could immediately solve the next problem that came along, but since I can still remember it happening, it did stick with me!
Grounds for thinking out of the box were put in my head there. And that’s what mathematics and science are about, at least partially.
Not just being able to do the maths on the area of your home, your garden, your poodle, but also to be able to put the things you have through some formula machine and make sense with it, with a nice result to end. Say it’s theoretical/abstract Mac Gyvering: you have a problem that needs solving, so now how? Which formulas do you need to make sense out of the numbers and letters? Which is the quickest or the smartest way to do so?
If you compare it with handcrafting (think about the scene from Apollo 13, where not only are there lots of brain crackers to be solved without so much as a calculator because things turn worse, but they also need to make a square peg fit into a round hole) then you will notice there is a very clear use for maths and science.
Truth has to be told though: I am not saying it will become any more nice though….!

 
Leave a comment

Posted by on July 21, 2014 in Daily life, Opinion

 

Tags: , , , , , , , , , ,

 
%d bloggers like this: