RSS

Inspectie, GGD en Kinderopvang

06 Apr

Kinderopvang, GGD en Inspectie hebben, in tegenstelling tot wat je zou denken, niet zo’n beste samenwerking.

In principe verleend kinderopvang de functie van het opvangen van kinderen gedurende de dag als de ouders/verzorgers niet thuis zijn.
Zo begon het in elk geval aanvankelijk. Dan heb ik het wel over de jaren 60. Opgezet om de kinderen simpelweg op te vangen en voor ze te zorgen zolang de ouders dat zelf niet konden wegens werk.

Inspectie is het controlerende orgaan van de kinderopvang. In samenwerking met de GGD. Van beiden wordt verwacht dat zij een oogje in het zeil houden. Misstanden opmerken. De veiligheid bewaken.
De Inspectie en GGD kunnen dit niet zomaar.
Daartoe zijn middelen ontwikkeld om duidelijke resultaten vast te kunnen leggen zodat er gerapporteerd kan worden. Als er iets mis is, moeten ze immers kunnen handelen. Met meetbare zaken. Dan moet je bewijzen hebben. Dit soort tools worden door de Inspectie en de GGD gebruikt om te kunnen controleren of wat er ergens gebeurd, ook klopt. Of wat er beweerd wordt, ook wordt nageleefd.
En of zaken die mis zijn gegaan, voorkomen hadden kunnen worden.
Ook of er zaken zijn die mis zouden kunnen gaan, die preventief verwijderd kunnen worden, danwel voorkomen.

Wat dit in de praktijk betekent?
Een hele berg papieren. Letterlijk.  Als je niks invult, weten zij niks, en gebeurd er dus ook niks met je kinderopvang. Gesloten deuren als resultaat.
Bij een grotere kinderopvangorganisatie zijn het meestal de managers die zich met dit soort papieren bezighouden. Lees: dit door een ‘plusleidster’ laten doen.
Het wordt in een vergadering gegooid wie zich nu weer mag opwerpen om de benodigde vinkjes, schrapjes en kruisjes te zetten buiten diens eigen werktijd (de manager moet namelijk ondertussen naar een vergadering over het in banen leiden van de kwaliteit die er geboden wordt) en zo is zo’n leidster weer een uur of wat armer. Die ze niet aan de kinderen kan besteden, want het invullen van zo’n lijst vereist wel enige concentratie. Wat overigens ook weer betekent dat niet aan het ‘vierogen principe’ wordt voldaan, want ja, je hebt zowaar TWEE ogen nodig om te lezen. Terwijl je voor de kinderen zorgt.
En ja, dat is nodig, want ook op de eigen groepen moeten de werkruimtes aan de eisen voldoen. Ook daar moeten lijsten worden ingevuld. Naast de lijsten waar al moet worden afgestreept wanneer welk speelgoed in de was is gezet, wanneer de bedjes verschoond zijn.

Kinderopvang wil gezellig kunnen zijn, een veilige en warme omgeving.
Een plek waar kinderen, leidsters en ouders/verzorgers zich een veilige weg kunnen banen door het leven dat de maatschappij is. Een kind kind kunnen laten zijn. Een soort extra gezin waar veilig opgroeien, samen spelen, samen delen en leren van en met elkaar, centraal staan.

Inspectie een GGD willen dat er zoveel mogelijk wordt vastgelegd. Immers, zonder deze vastlegging is het niet mogelijk om te controleren of een kinderdagverblijf zich aan de gestelde regels houdt. De hoeveelheid van zaken waarop gelet wordt is door de jaren heen behoorlijk veranderd. Een beetje zoals het boek van Dr Spock door de jaren heen steeds dikker is geworden. Dit is onderhevig aan studies die veranderde resultaten hebben laten zien. Wisselende resultaten. Na elke studie. Het is vrijwel geen jaar hetzelfde. Dus is ook elk jaar de manier van handelen anders.
De Inspectie en GGD baseren zich bij het maken van zijn beleid en formulieren op wetenschappelijk onderzoek. Zou je denken.
In de jaren dat ik zelf op de groep stond, merkte ik bijvoorbeeld dat het Consultatiebureau letterlijk elk jaar wat anders te melden had over bijvoorbeeld borst- en flesvoeding in het eerste jaar.
Het ene jaar mocht het nog in de magnetron, het volgende jaar was niets slechter dan dat. Het ene jaar moesten baby’s onder het jaar borst- of flesvoeding krijgen, om vanaf 12 maanden (1 jaar, ja) over te gaan op gewone koemelk. Het andere jaar moesten ze ineens het liefst tot 2 jaar opvolgmelk krijgen (vandaar die verandering in de schappen in de supermarkt).
Overigens bleef het zo dat de borstvoeding niet in de magnetron mocht. Leuk voor winkels die flessenwarmers verkochten.
Maar dat terzijde.

Afgelopen jaren is er het een en ander veranderd in de kinderopvang.
Deze keer onderhevig aan andere factoren dan de gebruikelijke onderzoeken.
Door de crisis, die een omslag teweeg heeft gebracht in de werkwijze van kinderopvang, maar ook door de Zedenzaak, is er nog veel meer veranderd dan gebruikelijk is.

Ouders zijn niet langer de factor waar het werk van afhangt.
Dat is Inspectie geworden, met de GGD.
Die willen dat leidsters alle papieren hebben om zich ervan te verzekeren dat de leidsters binnen de door hun goedgekeurde instelling ook daadwerkelijk de juiste kennis hebben. Op zichzelf niet zo vreemd, maar de oude papieren voldoen ‘ineens’ niet meer.
Voorheen was SPW3 de norm om op een groep te staan. Inmiddels heb je ook een VVE-certificaat nodig. Die je alleen kunt behalen als je al werkt. Is niet via een ander opleidingsinstituut te behalen. Leuk voor hen die tijdens de crisis zijn ontslagen, nu werkloos thuiszitten. Kunnen niet meer terug. Want geen VVE certificaat.
En men heeft toch nog liever een HBO-papiertje, want dat bewijst dan dat leidsters toch wat meer hersens hebben. Terwijl HBO-ers zich snel zullen vervelen om als leidster op de groep te staan. Geen kinderen met bijzondere behoeftes, gewoon opvang.
Een VOG verder nog om er zeker van te zijn dat je een gedegen werker voor je hebt- terwijl de Zedenzaak nu juist heeft laten zien dat VOGs GEEN ENKELE toegevoegde waarde te hebben. Het is heel leuk als je zo’n papiertje in handen hebt, maar Robert M kreeg ‘m ook. In theorie zou zelfs Dutroux dat papier hier gekregen kunnen hebben, als zijn handelen niet zulk wereldnieuws was geworden. In die zin heeft de EU hopeloos gefaald, wat mij betreft. Waarom alleen financieel de handen ineen slaan, als justitieel zoveel leed voorkomen zou kunnen worden?

Inspectie lijkt hoe dan ook overtuigd te moeten worden van de goede bedoelingen van leidsters en hun managers. Ineens is iedereen op voorhand schuldig, tenzij bewezen van niet. Terwijl de beveiliging eerder, in vorm van VOG en diploma, heeft bewezen niet te werken. Weliswaar was het er maar eentje, maar Robert M heeft wel bewezen dat een VOG alleen zin heeft als die op Europees niveau nagetrokken wordt.

Op dit moment mogen baby’s tot een jaar maar 2 verschillende gezichten zien op een dag. Zogenaamd om de verwarring niet te groot te maken. Terwijl het ook tijdens de Zedenzaak is gebleken dat het prima is om er nog een kracht bij op de groep te hebben. Meer controle, tenslotte.
Gezien bovendien het feit dat er kleine crèches zijn die het hoofd boven water proberen te houden door een grote groep te hebben met bijvoorbeeld 3 of 4 leidsters, is het voor dit soort locaties al nagenoeg onmogelijk om aan zulke regels te voldoen. Ik me af waar de Inspectie deze regel vandaan heeft gehaald.
Een kinderopvang functioneert, in de regel, als een soort groot gezin. Afhankelijk van of het een verticale groep is (leeftijden van 0 tot 4 door elkaar) of een horizontale ( leeftijden van 0 tot 1, 1 tot 2 etc bij elkaar): hoeveel gezichten denken de Inspectie en de GGD dat een kind sowieso ziet op een dag? Er zitten andere kinderen in zo’n groep. Sommige kinderen worden twee dagen, andere drie dagen en weer een ander vier dagen gebracht. Per dag zijn er, bij goede bezetting, toch zeker gauw zeven kinderen op zo’n groep te vinden, vaak meer.
En ja, ik weet dat het gaat om het onderscheid tussen volwassenen en niet-volwassenen, maar voor een baby maakt dit niets uit. Op die leeftijd (tot 12 maanden) ben je je niet bewust van waar je zelf ophoudt en de ander begint. Elk ander gezicht is er eentje. Een kind maakt niet specifiek onderscheid tussen ‘groot mens’ en ‘klein mens’. Dus waarom zo moeilijk doen? Vooral ook omdat een kind zelfs thuis veel meer verschillende gezichten ziet dan de GGD kennelijk gezond acht?
Om het moeilijk doen? Om krampachtig de controle vast te houden die eerder al verloren was?
Het lijkt erop.

Inspectie, moet u bedenken, komt hooguit 2 keer per jaar langs. Meestal 1 keer. Als er zaken in de papieren niet kloppen, trekken ze aan de bel.
Lijsten vol zinnen als: ‘een kind valt van de trap en heeft een hersenschudding’ of ‘een kind eet een van een plant van begint te braken’. Je mag op zo’n moment niet invullen dat de kans daarop ‘niet aanwezig’ is. Alleen als je geen trap hebt. Of geen planten.
Naar aanleiding van alle zinnetjes die daar in beschreven worden, moet ook een actieplan voor elke regel worden opgesteld. Alsof je een toets doet, bijna. Letterlijk voor elke zin moet je opschrijven wat je zou doen, als er inderdaad een kind van de trap valt, van een plant eet, een bult valt, etc.
Elk jaar opnieuw. Want de Inspectie komt elk jaar langs.
Elk. Jaar. Opnieuw. Invullen.

Aan ons als leidster werd tijdens zo’n  Inspectie gevraagd hoe het ervoor stond op de groep. Hoe lang we alleen stonden op de groep aan het begin en aan het einde van de dag. Vervelende was dat wij op den duur ons rooster aan moesten passen, omdat het niet aan die richtlijnen voldeed, terwijl het qua tijden wel klopte. ‘s Ochtends begonnen er twee om 7:30, die werden om 9:30 bijgestaan door hun collega van die dag. Om 16:00 vertrok de vroege diensten, terwijl de late diensten tot 18:00 de deuren open hield. Er mocht niet meer dan 3 uur alleen worden gestaan, werd er toen gezegd.
Het feit dat dat ene uur niet door dezelfde leidster werd gewerkt, maakte niet uit. 3 uur was de norm. Het waren er bij ons 4. Dus moesten de vroege diensten ineens een half uur langer blijven.
Die ze niet uit kregen betaald. Ja, wel in overuren opbouw, maar we hebben er nooit een cent van teruggezien. Dank je wel, GGD en Inspectie! Ik ben er zeker van dat die stap echt heel nuttig was. En denk nou niet dat dat anders opgelost had kunnen worden: dan kent u de manager nog niet. Die kwam overigens daar tussendoor binnen. Meestal 8:30. Twee keer in de week.

Toen ik er nog werkte, was er een inspectrice die dol was op onze locatie. Uiteraard ging ze haar boekje met af te vinken bolletjes en streepjes keurig langs. Uiteraard kregen we hier en daar moeilijke vragen of de intimiderend hoog opgetrokken wenkbrauw, maar ze zei altijd: ‘ben je gek, ik ben zo dol op jullie, ik zou het hier niet willen sluiten’. Prettig en vleiend, maar niet objectief.

De beste Inspectie die ik ooit heb gehad, was op een vrijdagochtend, rond een uur of 8. Midden tussen de ouders. Ik was bezig kinderen te ontvangen voor die dag, er was een bestelling niet doorgekomen en de kinderen van beide groepen vlogen om me heen als een bende wild geworden stuiterballen in een jampot, omdat het stormde buiten.
Het jaar waarin de kinderopvang een vogelvlucht maakte en de locaties als paddenstoelen uit de grond schoten. De locaties die met het inzetten van de crisis overigens ook als eerste vielen.

Ze stond daar, niemand wist ergens van. We moesten ons trucje laten zien. Instant gilzenuwen. We redden het. We waren namelijk gewoon goed.

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on April 6, 2015 in Opinion, Projects

 

Tags: , , , , , , , , , , ,

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

 
%d bloggers like this: