RSS

Geluk / Happiness

23 Apr

Soms zit het geluksgevoel in een klein hoekje. Het hoeft maar een klein gebaar te zijn.
Een van mijn meest bescheiden geluksmomenten ervoer ik toen ik met mijn broer door de Amsterdamse binnenstad scheurde. Hij was me net van de trein komen halen met de fiets.  We gingen met de familie eten. Hij was met de opdracht belast om mij van de trein te halen en naar het restaurant te brengen.
‘Kun je op de stang, denk je?’ vroeg hij. Ik was nog niet zo heel groot. Moest kunnen.
Uitproberen.
Ik hing mijn spaghettibenen over de stang, wurmde m’n tas ergens waar-ie niet in de weg zat (ik heb altijd de halve wereld mee), en mijn broer kwam als de kap van een cabrio over me heen hangen. Het betrof een mountainbike.
Ik hield me als een klein diertje schuil onder zijn kin, hield het stuur vast voor m’n evenwicht. Tuurde vanonder zijn schouders en hoofd door waar we heen gingen.
We kwamen voorbij de mensenbrij die zich voor de tram verzamelden op zoek naar het beste zitplekje. De mensenstoet die zich ophield en graag een rondvaarttocht wensten. Wat verderop de totale verkeerschoas van toeterende auto’s die de voetgangers en fietsers hevig vervloekten voor het Centraal Station gemengd met het winkelend publiek.
We maakten diverse shortcuts, waarbij er eentje door een enorme lading zeemeeuwen leidde. Allemaal tegelijk vlogen ze op, hun vleugels als een wervelstorm van klapperende strijkstokken om ons heen. Chaos en ritmisch, als een vreselijk groot laken dat werd uitgeklopt. De wind maakte er een bol, opgeklopt wolkendek van vleugels van. Sierlijk, keurig in de maat van een niet bestaande melodie. Zingende klinkers onder ons.
Mijn haar vloog wapperend mee, in alle richtingen. Kippenvel kreeg ik. Toen voelde ik: wat een geluk, zo onder broers’ borst….

Sometimes feeling happy can be because of something small. It could be just a small gesture.
One of my small happy moments I had when I was cycling through Amsterdam with my big brother. He picked me up from the trainstation with his bicycle. We were going to eat with our family, he was the one charged to pick me up and go to the restaurant.
‘Do you think you can fit on my bike?’ he asked. I wasn’t that tall yet. Should be possible.
Just try.
So I hung my spaghettilegs on one side, wiggled my bag in such a way it wouldn’t bother either of us (I always carry the whole world in my bag), then my brother tried to sit on his bike properly, ending up as if he were the cap of my cabrio.
It was a mountainbike.
I kept quiet under his chin, holding on to the handlebar for balance. As a small animal I watched the world from underneath his broad shoulders.
The mass of people gathering for the tram, looking for the best spot to sit. Those who wanted to be swept away by boat gathering at the canal. A bit further away the gigantic trafficjam formed by angry honking cars, telling the pedestrians to basically bog off in front of the Central Station mingled with shopping people.

We made several shortcuts, one of them through a huge swarm of seagulls. They all flew up in one mighty sweep, flappering wings all around us. As isf a huge blanket had just been swiped away from the bed in a big swoop of wind. Rhytmic and chaos mingled with grace.
My hairs were flying around in every direction possible. I got goosebumps. Then I felt: I am happy, safely underneath my brother’s wings.

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on April 23, 2015 in Daily life

 

Tags: , , , , , , , , ,

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

 
%d bloggers like this: