RSS

Tag Archives: brother

Geluk / Happiness

Soms zit het geluksgevoel in een klein hoekje. Het hoeft maar een klein gebaar te zijn.
Een van mijn meest bescheiden geluksmomenten ervoer ik toen ik met mijn broer door de Amsterdamse binnenstad scheurde. Hij was me net van de trein komen halen met de fiets.  We gingen met de familie eten. Hij was met de opdracht belast om mij van de trein te halen en naar het restaurant te brengen.
‘Kun je op de stang, denk je?’ vroeg hij. Ik was nog niet zo heel groot. Moest kunnen.
Uitproberen.
Ik hing mijn spaghettibenen over de stang, wurmde m’n tas ergens waar-ie niet in de weg zat (ik heb altijd de halve wereld mee), en mijn broer kwam als de kap van een cabrio over me heen hangen. Het betrof een mountainbike.
Ik hield me als een klein diertje schuil onder zijn kin, hield het stuur vast voor m’n evenwicht. Tuurde vanonder zijn schouders en hoofd door waar we heen gingen.
We kwamen voorbij de mensenbrij die zich voor de tram verzamelden op zoek naar het beste zitplekje. De mensenstoet die zich ophield en graag een rondvaarttocht wensten. Wat verderop de totale verkeerschoas van toeterende auto’s die de voetgangers en fietsers hevig vervloekten voor het Centraal Station gemengd met het winkelend publiek.
We maakten diverse shortcuts, waarbij er eentje door een enorme lading zeemeeuwen leidde. Allemaal tegelijk vlogen ze op, hun vleugels als een wervelstorm van klapperende strijkstokken om ons heen. Chaos en ritmisch, als een vreselijk groot laken dat werd uitgeklopt. De wind maakte er een bol, opgeklopt wolkendek van vleugels van. Sierlijk, keurig in de maat van een niet bestaande melodie. Zingende klinkers onder ons.
Mijn haar vloog wapperend mee, in alle richtingen. Kippenvel kreeg ik. Toen voelde ik: wat een geluk, zo onder broers’ borst….

Sometimes feeling happy can be because of something small. It could be just a small gesture.
One of my small happy moments I had when I was cycling through Amsterdam with my big brother. He picked me up from the trainstation with his bicycle. We were going to eat with our family, he was the one charged to pick me up and go to the restaurant.
‘Do you think you can fit on my bike?’ he asked. I wasn’t that tall yet. Should be possible.
Just try.
So I hung my spaghettilegs on one side, wiggled my bag in such a way it wouldn’t bother either of us (I always carry the whole world in my bag), then my brother tried to sit on his bike properly, ending up as if he were the cap of my cabrio.
It was a mountainbike.
I kept quiet under his chin, holding on to the handlebar for balance. As a small animal I watched the world from underneath his broad shoulders.
The mass of people gathering for the tram, looking for the best spot to sit. Those who wanted to be swept away by boat gathering at the canal. A bit further away the gigantic trafficjam formed by angry honking cars, telling the pedestrians to basically bog off in front of the Central Station mingled with shopping people.

We made several shortcuts, one of them through a huge swarm of seagulls. They all flew up in one mighty sweep, flappering wings all around us. As isf a huge blanket had just been swiped away from the bed in a big swoop of wind. Rhytmic and chaos mingled with grace.
My hairs were flying around in every direction possible. I got goosebumps. Then I felt: I am happy, safely underneath my brother’s wings.

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on April 23, 2015 in Daily life

 

Tags: , , , , , , , , ,

Project: holebi gezinnen kinderverhalen / Project: gay families children’s stories

Het volgende verhaal maakt deel uit van een project(je) waar ik mee bezig ben. Kinderverhalen voor kinderen die uit anders dan de typisch samengestelde (vader, moeder, kind) gezinnen voortkomen.
Twee moeders, twee vaders, twee moeders EN twee vaders, twee oma’s, twee opa’s, etc. Dit zal gestaag gaan omdat ik kinderen die uit zulke gezinnen komen wil vragen om me daar wat bij te helpen.
Het gaat me er hierbij niet om de nadruk te leggen op het anders zijn. Wel om dit als verhaal zodanig te vertellen dat ook kinderen met die achtergronden zich voor de verandering eens thuis voelen in een verhaal.
Hun beleving, hun wereld.
Zelf heb ik twee getrouwde schoonzussen die inmiddels oma zijn. Dit kind is nu nog te jong om diens ervaringen daarbij te gebruiken.
Het is mijn bedoeling kleuter- en opgroeiende kinderverhalen te schrijven die makkelijk toegankelijk zijn. Herkenbare situaties die elke ouder bekend voor zullen komen, maar met de achtergrond van een gezin die net even wat anders is dan ‘standaard’.

Opstaan

‘Mamma, is het al lente?’ vroeg Juul, roepend vanuit haar bed. Hannah zat naast haar in haar eigen bed en had net al gezegd dat dat niet zo was.

‘Nee schat, nog een paar weken!’ riep mamma terug.

‘Zie je nou wel!’ siste Hannah beledigd. Het was ook altijd hetzelfde. Juul geloofde haar nooit. Hannah vond dat nooit zo leuk.

‘Gaan jullie je maar aankleden en maak Sam maar vast wakker’, riep de andere stem.

‘Ja mamma’, riep Hannah terug, terwijl ze de lakens op haar bed opensloeg en zuchtend haar sokken aantrok.

‘Wat nou?’ vroeg Juul geërgerd.

‘Gewoon, ik vind je stom!’ antwoordde Hannah simpel. Juul keek gekwetst.

‘Je vroeg aan mij ook al of het lente was, dan zeg ik nee en dat is ook zo, maar mij geloof je niet. Dat vind ik niet eerlijk’. Hannah had haar sokken aangetrokken. Mooie blauwe, met madeliefjes erop.

‘Wat een gekibbel hier, wat is er aan de hand?’

‘Juul is stom’, mokte Hannah tegen mamma, die haar hoofd om de hoek van de deur had gestoken. Haar korte blonde haar viel langs haar oor.

‘Nou zeg, het is wel je zusje hoor’, mamma vond het nooit leuk als Hannah en Juul elkaar ‘stom’ noemden.

‘Maar ze had aan mij ook al gevraagd of het al lente was, en ik HAD al nee gezegd! En dan gaat ze het toch nog vragen! Alsof wat ik zeg niet waar is. Dat vind ik niet leuk!’ zei Hannah verontwaardigd. Mamma rolde met haar ogen, ze begreep het. Juul vroeg het liefst alles twintig keer na. Vaak luisterde ze niet eens naar het antwoord. Of vergat ze dat meteen weer.

‘Tja, Juul, als je het al gevraagd hebt, hoef je het natuurlijk niet nog een keer te vragen’, gaf mamma Hannah gelijk.

‘Ik had het niet zo goed verstaan, geloof ik’, zei Juul beteuterd, die het niet eerlijk vond dat Hannah nu gelijk kreeg in haar boos zijn.

‘Mamma, ben ik stom?’ vroeg Juul nu dus bedrukt.

‘Ja!’ riep Hannah boos, die zich intussen van top tot teen keurig aan had gekleed.

‘Nou Hannah, ga jij maar even naar beneden om alvast te ontbijten dan, als je Juul zo stom vindt. Mammie is er al, die staat brood te roosteren’.

Hannah liep al richting deur.

‘Krijg ik nog een knuffel, of ben ik ook stom?’ vroeg mamma nog. Hannah omhelsde haar met een grote glimlach.

‘Nee! Jij bent lief!’

‘Grote meid’ mamma kuste Hannah op haar wang.

‘Ga maar gauw ontbijten’.

The following story is part of a small project I’m working on. Children’s stories for children that come from a less common family (father, mother, child).
Two mothers, two fathers, one parent, two mothers AND two fathers and so on. This won’t be a quick project as I would like the additional comments of children who actually grew up in such families.
To me it’s important that there’s no emphasis on it being different. My goal is merely to tell a story that makes children from such families feel at home in the given storyline, for a change.
Their experience, their world.
Although I do have two married sisters in law who are grandmothers, their grandchild is, at the moment, too small to use as an example for these stories.
It is my goal to write toddler and older children stories that are easy accessable. Normal situations for any parent, and any child, just with a slightly different background than the usual.

Getting up in the morning

‘Mum, is it Spring already?’ Jools asked from her bedside. Hannah was sitting next to her in her own bed and had already told her it was not.

‘No sweetie, not until a couple of weeks!’ Mum yelled back.

‘See, I was right!’ Hannah hissed at Jools, cross. It was the same old song. Jools never believed her. Hannah never liked that much.

‘Go get dressed the two of you and wake Sam’ the voice yelled instructively.

‘Yes mum’, Hannah pushed away her blankets and sat up straight in her bed. Annoyed, she started to pull on her socks. She sighed with fury.

‘Now what?!’ Jools asked, annoyed.

‘Simply that I think you’re stupid!’ Hannah answered. Jools looked hurt.

‘You asked me too if it was Spring already. I said no and that’s true but you don’t believe me. That’s not fair’ Hannah had pulled on both of her socks now. They were blue and had daisies on them.

‘What’s happening here?’

‘Jools is stupid’, Hannah complained to Mum, who just peeked around the corner of the bedroom door. Her short blonde hairs fell just over her ears.

‘Oi, that’s your sister you’re talking about, you know?’ Mum never liked it when they referred to each other as ‘stupid’.

‘But she had already asked me if it was Spring in a few weeks and I ALREADY said ‘no’. Then she goes and asks it again. Like it’s not true what I said. I don’t like that!’ Hannah said sulking. Mum rolled her eyes, she understood. Jools asked everything about 20 times. And hardly listened to the answer, or immediately forgot about it again.

‘Well Jools, if you’ve asked, it is not necessary to ask it again’, Mum pleaded in favour or Hannah.

‘I don’t think I heard it all that well’, Jools sadly answered.

‘Mum, am I stupid?’ Jools asked.

‘Yes!’ Hannah answered angrily, who was by now perfectly dressed from top to toe.

‘Well Hannah, you go downstairs to Mommee then, if you think Jools is that stupid. She’s making toast at the moment’, Mum ordered.

Hannah marched in the direction of the door.

‘Do I get a hug or am I stupid, too?’ Mum asked. Hannah hugged Mum with a bright smile,

‘No, you’re sweet!’

‘That’s my big girl’, Mum kissed Hannah on the cheek.

‘Now go and have some breakfast’.

 

De vriendjes en vriendinnetjes van Warre

“Kom je bij mij spelen?” vraagt Camille aan Warre. Ze staan op het schoolplein bij de zandbak, net klaar met school.

“Ja hoor, dat moet ik dan wel even aan mijn mamma vragen”, zegt Warre. Hij loopt op zijn moeder toe.

“Mamma, mag ik bij Camille spelen?” vraagt Warre

“Natuurlijk schat”, zegt mamma. Samen lopen ze naar Camille en haar pappa. Mamma geeft Warre een kus en zwaait hem uit, als hij bij de pappa van Camille achterop het stoeltje mag. Camille zit voorop.

Eenmaal bij Camille thuis krijgen ze thee met een lekker koekje, die de pappa van Camille op een groot dienblad op een klein tafeltje neerzet. Dat tafeltje staat in de speelhoek van Camille. Warre en Camille eten vrolijk giechelend de koekjes op en zingen liedjes na die ze vandaag op school geleerd hebben.

“Zullen we met de poppen spelen?” vraagt Camille aan Warre als het lekkers op is. Warre knikt, dat lijkt hem leuk. Samen gaan ze naar de kamer van Camille. Haar kamer is helemaal roze, want dat vindt Camille de mooiste kleur die er is.

“Nou ben jij pappa en ik pappie”, zegt Camille. Warre schudt zijn hoofd.

“Jij bent mammie en ik ben mamma”,zegt hij. Nu schudt Camille haar hoofd.

“Dat wil ik niet! Ik wil pappie zijn en dan moet jij pappa zijn!” dat vindt Warre toch echt niet leuk.

“Misschien wil jij mammie zijn en dat ik dan pappie ben?” probeert Warre. Dat klinkt beter, vindt Camille. Dat klinkt tenminste een beetje hetzelfde.

“Nu ga ik koken, lekker stamppot met aardbeien en brood met kaas”, zegt Warre. Wat een bijzonder gerecht! Camille eet alles op wat Warre serveert.

“Nu ga ik soep maken met doperwten, vermicelli en kip”, zegt Camille plechtig. Nu is het Warre’s beurt om alles op te eten. Dan ziet Warre in een hoekje wat moois staan. Het zijn rolschaatsen.

“Zullen we daar nu mee spelen?” vraagt Warre glunderend. Camille kijkt op. Ja, dat lijkt haar ook heel leuk.

Dus trekken ze de rolschaatsen aan. Wel met arm- en kniebeschermers, anders doet het pijn bij vallen. Daar gaan ze, lekker rolschaatsen. Zowel binnen en buiten.

Daarna gaan ze knutselen. Camille heeft veel mooi gekleurd papier. Ze vouwen er cirkels van en plakken die aan elkaar. Zo krijgen ze een prachtig lange ketting.

‘Voor pappie!’ roept Camille. Warre vindt het best. Hij vond het toch leuker om te maken, dan dat hij het zelf wil dragen.

Als het tijd is, komt mamma Warre halen. Camille en Warre geven elkaar een dikke knuffel, en zo nemen ze afscheid.

“Mamma, waarom heeft Camille eigenlijk een pappa en een pappie?” vraagt Warre als ze aan tafel zitten om te eten met mammie.

“Ik denk om dezelfde reden dat jij mij en mamma hebt en je nichtje Nele een pappa en een mamma”, zegt mammie dan. Dat snapt Warre niet helemaal.

“Maar iedereen heeft toch twee moeders?” vraagt hij verbaasd. Mamma en mammie kijken elkaar aan en moeten glimlachen.

“Nee lieverd, niet alle kinderen hebben twee moeders. De meeste kinderen hebben een mamma en een pappa. Sommige kinderen hebben twee mamma’s of twee pappa’s. Er zijn ook kinderen die en twee pappa’s en twee mamma’s hebben. En ook heb je kinderen die alleen een pappa of een mamma hebben”, leggen ze uit. Warre hoort het allemaal zo en snapt ’t nog niet helemaal.

“Heeft Camille dan helemaal geen mamma of mammie?”vraagt hij dan.

“Ergens misschien wel, maar Camille heeft toch vooral haar pappa en haar pappie”, zegt mamma.

“Heb ik dan ook ergens een pappa?” vraagt Warre.

“Ja lieverd, jij hebt ergens een pappa, dat is oom Harold, weet je nog?” Warre knikt. Nu weet hij het weer. Oom Harold komt zo nu en dan eens langs en brengt vaak iets leuks mee. Soms een nieuw kleurboek, een kaart, een mooie bal, en een keer heeft hij samen met mamma en mammie een mooie nieuwe fiets gekocht, waar Warre nog altijd heel fijn mee fietst.

“O ja!”zegt hij dan.

“Heb ik vriendjes die net als Nele zijn?” vraagt hij dan.

“Natuurlijk schat, heel veel zelfs!” zegt mamma en mammie somt er een paar op.

“Nele, Nathan, Jules, Anne en nog veel meer”, zegt ze tenslotte.

Al die kinderen, dat zijn er heel wat! Daar heeft Warre nooit bij stilgestaan.

Hij gaat bij ze spelen, vraagt zo nu en dan om een glas sap, een koekje of ander lekkers, soms blijft hij ook eten. Maar hij is altijd zo bezig met spelen dat het hem nooit opvalt.

Tenslotte komt oom Harold ook op bezoek, maar die blijft nooit zo lang. Na verloop van tijd moet oom Harold altijd weer naar huis. Al blijft hij soms ook wel logeren omdat hij het zo gezellig vindt.

Warre besluit dat hij het de volgende keer, als hij ergens speelt, eens zal gaan vragen hoe dat zit.

De volgende dag zit hij al de hele dag zo lekker te spelen met zijn vriendje Dries, dat hij aan hem vraagt of hij met hem mee mag naar huis. Hij zal nu meteen eens extra opletten.

Eenmaal bij Dries thuis is het niet veel anders. Dries heeft net zoals hij veel leuke speeltjes, zoals een fietsje, een bal, een mooie helm, heel veel kleurpotloden, stiften en een prachtige knutseldoos, mooie speelkaarten.

Bij de thee krijgen ze een hele mooie beker met plaatjes, een lekker koekje. Dries’ mamma zit erbij.

“Heb jij nog een pappa of nog een mamma?” vraagt hij tenslotte voor de zekerheid.

“Dries heeft nog een pappa”, antwoord zijn mamma, omdat Dries zijn mond nu al vol koek zit, “dat is anders dan bij jou thuis hè?” vraagt Dries’ mamma. Warre knikt.

Dan eet hij zijn koekje op.

“Maar wat doen jouw mamma’s dan?” vraagt Dries nieuwsgierig, “want mijn mamma kookt en doet de was, maar mijn pappa timmert en schildert en repareert alles wat stuk is. Is er bij jullie thuis veel stuk?”

Warre moet even nadenken.

“Mamma wast en mammie kookt meestal. Mammie werkt en repareert ook dingen die stuk zijn, maar dat doet mamma ook weleens. Mamma kan beter timmeren dan mammie. Mammie kan mijn fiets beter maken als die stuk is en mammie doet ook veel in de tuin”, zegt hij dan.

“En als je ziek bent, wie blijft er dan thuis?” vraagt de mamma van Dries aan Warre.

“Mamma!”roept hij vrolijk, “mamma werkt niet dus die blijft dan bij mij”.

Dan is de thee van Warre en Dries op. En hun koekje ook.

“Zullen we buiten gaan fietsen?” vraagt hij aan Dries.

Dries knikt.

Dus gaan ze lekker buiten fietsen.

Charlie’s Friends

‘Are you coming over to play?’ Isabelle asks Charlie. They are on the preschool yard, near the sandbox. School has just gone out.

‘Yes, but I should ask my mother first’, Charlie answers. He walks up to his mother.

‘Ma, can I go out and play with Isabelle?’Charlie asks.

‘Of course, my dear’, Mom answers. Together they walk up to Isabelle and her dad. Mom kisses Charlie goodbye if he has taken place on the back of Isabelle’s dad’s bike. Isabelle is on the front seat.

Once they’re at Isabelles’ home, they have tea and a nice biscuit, served on a tray by Isabelle’s dad on a small table. That table is the play corner of Isabelle.

Charlie and Isabelle eat their biscuits giggling and sing songs they’ve learned at preschool today.

‘Shall we play with the dolls?’ Isabelle asks Charlie when the biscuits have gone. Charlie nods, it seems like a perfectly good idea. They head for Isabelle’s room. Everything in her room is pink. That is because Isabelle considers this to be the most beautiful color available.

‘You are daddy and I’m dadda’ Isabelle says to Charlie. He shakes his head.

‘You are mommy and I’m Ma’ Charlie says to Isabelle. She shakes her head.

‘I don’t want to! You have to be daddy and I’m dadda!’ Charlie really doesn’t like the sound of that.

‘Maybe you can be mommy and I can be daddy?’ Charlie tries. It does sound better, Isabelle agrees. At least that’s a bit similar.

‘Now I’m going to cook. Good mashed potatoes with strawberries and eggs and bits of kale’, Charlie says. That is a very special treat! Isabelle eats everything Charlie serves.

‘Now I’m going to make soup with peas, noodles and chicken’, Isabelle states. Now it’s Charlies turn to eat everything.

Then Charlie sees something in a corner of Isabelle’s room that he likes to play with. Her rollerskates!

‘Shall we do that next?’ Charlie says, unable to even stop thinking about them now. Isabelle agrees on the idea of rollerskating.

So, on with the rollerskates. Then on with the pads for knees, elbow and wrists so falling won’t be too painfull.

There they go, both inside the house and in the yard. Rollerskating.

After that, handicrafts. Isabelle has lots of lovely colored papers. The fabric cirkels of those by sticking them to each other. That way it becomes a lovely and huge necklace.

‘For daddy!’ Isabelle says. Charlie is OK with that, he rather makes it then wear it anyway.

When it’s time to go home, Ma comes to collect Charlie. Isabelle and Charlie share a big hug for goodbyes.

‘Ma, why does Isabelle have a daddy and a dadda?’ Charlie asks when they’re having supper at the table with mommy.

‘I think for the same reason you have me and Ma and your cousin Ella has a mother and a father’ mommy explains. Charlie doesn’t fully understand.

‘But everyone has two mothers, no?’ Charlie asks surprised.

Now Ma and mommy are smiling.

‘No, darling, not everyone has two mommies. Most children have a mommy and a daddy, some children have two mommies, or two daddies, or both two mommies and two daddies and some children only have a mother or a father’, they explain. Charlie doesn’t fully understand quite yet.

‘So Isabelle doesn’t have a mommy at all?’ he asks.

‘Maybe somewhere she has, but mostly Isabelle has her daddy and her dadda’, mommy explains.

‘Do I have a dad somewhere then?’ Charlie asks.

‘Yes, honey, you do. That’s uncle Harold, remember?’ Charlie nods. Uncle Harold comes by every now and then and brings very nice gifts many times. Sometimes it’s a coloring book, or a nice card, a shiny ball to play with, and not too long ago he and mommy and Ma went to the store and bought him a bike. He still enjoys riding that bike a lot.

‘Oh yes’, he remembers.

‘Do I have friends that are like Ella?’ he then asks.

‘Oh yes, sweetie, quite a lot!’ Ma and mommy name a few.

‘Ella, Frank, Jacob, Imogen’, they sum up.

All of those, that’s quite some! Charlie has never thought of it much.

He plays at their house, sometimes asks for a drink or a biscuit, sometimes he stays for supper. But he is always occupied with playing with his friends. Too much to notice anything different.

After all uncle Harold comes by too, but he never stays. After some time, uncle Harold always goes back home. Although sometimes he does spend the night if it has become too late to go home.

Charlie decides to pay more attention, the next time he plays over at someone else’s place. He is curious now.

The next day Charlie has a wonderful time playing with Jacob. Charlie decides he wants to come home with Jacob. Also, he wants to see what’s so different now.

At Jacob’s house, it’s not much different. Jacob has many lovely toys, just like himself. A bike, a ball, a nice helmet, a big load of colored pencils and felted pens to draw with, a handicrafts box and so on.

They’re served tea in very lovely mugs and a very sweet biscuit. Jacob’s mom is sitting along with them.

‘Do you have another mommy or do you have a daddy?’ Charlie asks, just to be sure.

‘Jacob has a daddy’, his mother answers for him, as Jacob just took a bite from his biscuit and therefor cannot say anything, ‘this is different from how it is at your home, isn’t it?’ Jacob’s mother asks. Charlie nods.

Then he eats his biscuit.

‘But what do your mommies do then?’ Jacob asks curiously, ‘my mommy cooks and washes, but my daddy fixes everything that’s broken. Do you have a lot of things that are still broken?’

Charlie needs a moment to think.

‘Ma washes and mommy usually cooks. Mommy works and repairs stuff but Ma does this too sometimes. Ma is better at hammering than mommy. Mommy is better at fixing my bike when it’s broken and she does the work in the garden’ Charlie sums up.

‘And when you’re ill, who stays home to care for you?’ Jacob’s mother asks.

‘Ma! She doesn’t work, so Ma stays with me’ Charlie says with a radiant smile.

Then Charlie’s and Jacob’s tea is gone. So are their biscuits.

‘Shall we go riding the bike?’ Jacob proposes.

‘Yes!’ Charlie agrees.

So they go out and ride the bike.

 

 
Leave a comment

Posted by on March 9, 2015 in Childrens story, Projects

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Broer en zus / Brother and sister

Kareltje en Bente zijn buren waar ik regelmatig op pas. Ze zijn beiden enig kind, de ene 4 jaar, de andere 6 maanden. Omdat de ouders er geen bezwaar tegen hebben, combineer ik de twee adressen een paar keer. Kareltje moet uit school gehaald worden, terwijl ik die dag al op Bente pas. Met de wandelwagen halen Bente en ik Kareltje dus uit school, waarbij hij op het meerijplankje van de wagen gaat staan. Kareltje probeert al snel om Bente te vermaken, haar hier en daar eens op te pakken als ze is omgevallen en hij vindt dat kleine schattige meisje maar wat leuk.
Dat hij toch niet helemaal begrijpt hoe het nu zit, blijkt als hij op een dag eerst de vader van Bente meedeelt:
‘Ik kan best Bentes’ grote broer worden, want ik kan haar al heel goed tillen en ik kan haar ook aan het lachen maken!’ waarop die glimlachend toegeeft dat dat inderdaad de juiste Grote Broer-kwalificaties zijn. Als zijn moeder hem dus even later komt halen volgt de andere vuurproef:
‘mamma, mag ik Bentes’ grote broer worden?’ gelukkig is die meelevend ingesteld en reageert met:
‘natuurlijk mag dat, lieverd!’
Kareltje huppelt diep gelukkig met z’n moeder mee naar huis.

Charlie and Bente are neighbours I babysit regularly. They are both only child, one of them being 4 years, the other one is 6 months. Because the parents have no objection, I combine the two families a few times. Charlie has to be collected from school, while I am with Bente all day. With the stroller, Bente and I come to collect Charlie, who can stand on the little step of the stroller.
Charlie quickly tries to amuse Bente, picks her up when she fel down and he finds the little girl very nice to be with.
It turns out he doesn’t completely understand how things work when he tells the father of Bente:
‘I can be Bentes’ big brother, because I can pick her up really well and I can make her laugh!’ to which he’s being smiled at and told those are indeed the right Big Brother-qualifications.
When his mother comes to pick him up, the other challenge is met:
‘mamma, can I be Bentes’ big brother?’ thankfully, she’s compassionate with her little boy and she responds:
‘Ofcourse you can, dear!’
Charlie hops off home, deeply happy, with his Mom in tow.

 
Leave a comment

Posted by on December 8, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , ,

Kat in jas/ Cat in coat

Mijn broer kwam in zijn brugjaar zo af en toe ineens terug naar huis. Een nieuw schoolsysteem wat nog niet helemaal rijp was, waardoor het rooster ineens niet meer klopte, ondeugdelijke houding jegens de medemens en meer van dat soort grapjes waren hier doorgaans de reden van.
Of een verdwaalde kitten. Die wezens hebben bij ons in huis nogal eens de neiging gehad om zich onder zijn vleugels te verstoppen. Een van onze moederpoezen heeft ooit een heel nest kittens in zijn bed verstopt.
Waar wij ons het rambam naar zochten, want we wisten dat de bevalling kennelijk had plaatsgevonden. Moederpoes liep, leeg en wel, door het huis te banjeren. En ons vertellen waar ze had geworpen, ho maar. Alvast niet in de keuken, waar een kraamkamer was ingericht. Een kat en doen wat ‘m is opgedragen: haha.
Toen broerlief in bed werd gestopt en zijn benen probeerde te strekken, merkte hij de pluizige bolletjes bij zijn voeten op en riep:
‘Ik heb ze gevonden!’

Zo kwam het, dat toen mijn vader op een ochtend de voordeur open deed om naar zijn werk te vertrekken, daar tot zijn verbazing mijn broertje op de stoep trof.
‘Wat doe jij nou weer thuis?’ vroeg hij op nijdige toon.
‘Ja, ik moest wel, Hannah had zich in mijn jas verstopt!’ riep deze in al zijn onschuld uit, zijn fiets in het rek slingerend.
‘He?’ vroeg mijn vader verbaasd, terwijl hij de deur simpelweg openhield en achter mijn broer aan liep. Die was intussen door naar de woonkamer gelopen.
‘Hee, wat doe jij thuis?’ mijn moeder, verbaasd van achter haar krant, nog aan haar ontbijt.
‘Hannah zat in m’n jas, dus ik ben omgekeerd, naar huis’, zei hij, terwijl hij zijn jas open deed. En verrek, daar zat ze. Met grote tennisbal-ogen keek ze verschrikt mijn ouders aan. Die in lachen uitbarstten.
‘Wat een plek om je te verstoppen, sufferd!’ sprak mijn vader, terwijl hij het verschrikte beest over het verwarde kopje aaide en d’r uit de grote jaszak trok.
‘Nou, kom maar. Ik breng je wel naar school, dan leggen we het uit aan de conrector’, zei mijn vader mild tot mijn broertje.
En zo kwam het toch nog goed.

My brother sometimes arrived home earlier from his first year of midschool than anticipated. A schoolsystem not being completely functional yet, which left the schedule incomplete, incorrect behaviour towards other persons and superiors and more where that came from, were usually grounds for these early home arrivals.
Then we had kittens.
These creatures have often found their way underneath my little brother’s ‘wings’. It so happened that mothercat hid her kittens in his bed when no-one was around. We looked everywhere, for we knew the mothercat had delivered, as she was walking around slender and empty. We had prepared a ‘room’ for her in the kitchen, but using it? Meh. Cats never really do what you ask of ‘m, eh?
It wasn’t until my brother was put in bed at night and he wanted to stretch his legs, that he felt the little cottonballs in his bed.

‘I’ve found ‘m!’ he yelled then, so we could welcome our new familymembers properly.
So it happened that my father was about to leave for work, and found my brother in the front yard, just returning home.
‘What are you doing home early?’ he asked agitated.
‘I had to, Hannah was hidden in my coat’, he replied, all innocently.
‘Huh?’ my father replied surprised, simply holding the door and following my brother. Who marched straight through into the livingroom.
‘Huh? What are you doing back home?’ my mother asked, reading the newspaper, having breakfast.
‘Hannah was in my coat, I had to return home’, he said, opened his coat to show them. And there she was. With eyes the size of tennisballs she looked at my parents. Who started laughing loudly.
‘What a place to hide, you silly!’ my father said, petting the confused animal over its head, before yanking it out of the huge pocket. 
‘Oh well, come along. I’ll bring you back to school and we’ll explain things to your headmaster’, my father said to my little brother.
And so it all turned out well.

 
Leave a comment

Posted by on November 23, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Aan de deur/ At the door

Mijn broer Paul is het huis uit, als ik op een avond bij hem logeer.
Ik ben op dat moment een onderdeur van een jaar of 12. Paul is al sinds m’n 10e het huis uit en ik vind het maar wat stoer als ik bij hem mag logeren. Dat gebeurd zo nu en dan.
Paul deelt een verdieping deelt met een jongen genaamd Danny. Danny heeft een vriendin, Anita, die ik in het voorbijgaan (naar de wc, bijvoorbeeld, of voor suiker in m’n thee, een glas water, dat werk) weleens in de meest wonderbaarlijke outfits voorbij heb zien komen. Waar ik niks van begrijp. Het valt me op tot ik aan mijn broer om verheldering heb gevraagd:
‘Waarom heeft Anita een diadeem met roze pluisoren op en een tijgerprint pakje?’ bijvoorbeeld, waarop Paul, ongeacht welk jaargetijde we bewandelen, wat warrig zegt:
‘Oh, die oefent vast voor Pasen, denk ik’, me vervolgens afleidt met een boterham met pindakaas. Dat werkt.
Op een avond staat mijn broer net met een hoop heisa de kunst van het koken uit te voeren als de deurbel gaat.
‘Kun jij even open doen?’ vraagt hij mij, omdat hij net ruzie heeft met een pan gehakt en kruiden die niet helemaal doen wat ze volgens de verpakkingen wel horen te doen. Ik haast me op mijn blote voeten springend naar de voordeur.
‘Jezus, Paul, ben je gekrompen?!’ vliegen de woorden van een waanzinnig verbaasde Anita naar m’n hoofd, die voor de deur staat.
‘Ehh ik ben Iris, zijn tien jaar jongere zusje’, antwoord ik, eveneens verbaasd en met grote ogen.
‘Jeeeeezus wat lijk je op hem! Echt twee druppels water!’ roept Anita, duidelijk nog niet over de schok heen.
Ik wist dat ik op mijn broer leek, maar niet dat het zo erg was dat men ervan gingen denken dat het menselijk mogelijk is om te krimpen…

My brother Paul has been living on his own, when I stay over.
Being a bouncing bunt of about 12 years of age at that moment. Paul has been living outdoors since I was 10 and I do think it’s totally cool if I can sleepover. This happens every now and then.
He rents a shared floor with a boy called Danny. Danny has a girlfriend, Anita whom I’ve come across with (going to the toilet, for instance, or for sugar or water in the kitchen) every now and then in some quite ‘funny’ outfits. Which never have made any sense to me. I only notice long enough to ask my brother:
‘Anita is wearing pink fluffy bunny ears on her head and a printed suit, why?’ for instance, to which Paul would answer, no matter what season it is:
‘I suppose she’s practicing the Bunny Hop for Easter’, and then successfully distracts me. With a peanutbutter sandwich. That kind of stuff.

On this evening Paul is just performing the art of cooking with a lot of hoopla, when the doorbell rings.
‘Can you open it?’ he asks me, because he is just having a fight with a frying pan filled with minced meat and herbs, which aren’t acting out the way the packages they came in, say.
Barefeet I bounce my fleet feet to the front door.
‘Jeeeeeeeesus, Paul, did you shrink down?!’ the words are blastered in my face by a sincerely shocked Anita, who’s at the door. 
‘Err I’m Iris, his junior sister by ten years’, I answer equally shocked, big eyes and hugely surprised.
‘My god you’re his speaking image! Really, you two look exactly alike!’ Anita urges, not quite finished being in shock really.
I was aware of the fact I look like my brother, but I wasn’t aware that it was so ‘bad’ that it makes people think that it’s humanly possible to shrink…

 
Leave a comment

Posted by on November 2, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , ,

Hetzelfde gezicht / Same face

Mijn broer Paul is nog niet zo heel lang het huis uit, als ik op een goed moment bij hem logeer.
Ik ben een klein onderdeurtje van een jaar of 12.
Hij is in de grote stad gaan studeren, waarbij hij een verdieping deelt met een jongen genaamd Danny.
Danny heeft een vriendin, Anita, die ik in het voorbijgaan (op en neer naar de wc, bijvoorbeeld) weleens in de meest wonderlijke outfits voorbij heb zien komen -waar ik niks van begrijp, in de zin dat het me opvalt tot het moment dat ik het aan m’n broer gemeld heb om me vervolgens op de boterham met pindakaas te storten die hij voor me gesmeerd heeft, dat werk.
Eigenlijk zie ik ze nooit zoveel, maar ik weet wel dat Danny er woont en dat Anita zijn vriendin is.
Op een avond staat mijn broer net met een hoop heisa de kunst van het koken uit te voeren, als de deurbel gaat.
‘Kun jij even open doen?’ vraagt hij mij, omdat hij net ruzie heeft met een pan gehakt en kruiden die niet helemaal doen wat ze volgens de verpakkingen van diverse zaken wel horen te doen.
Ik haast me op mijn blote voeten springerig naar de voordeur.
‘Jezus, Paul, ben je gekrompen?!’ vliegen me de woorden van een oprecht waanzinnig verbaasde Anita naar het hoofd, die daar blijkt te staan.
‘Ehh ik ben Iris, zijn tien jaar jongere zusje’, antwoord ik, eveneens verbaasd en met grote ogen.
‘Jemig wat lijk je op hem! Echt twee druppels water!’ roept Anita, nog steeds zwaar verbaasd en duidelijk niet over de schok heen.
Ik wist dat ik op mijn broer leek, maar niet dat het zó erg was dat mensen ervan gingen denken dat het menselijk mogelijk is om te krimpen…

My brother Paul hasn’t been living on his own for very long, when I stay over there.
Being a bouncing bunt of about 12 years of age.
He went to study in the big city, renting a shared appartment with a boy called Danny.
Danny has a girlfriend, Anita whom I’ve come across with (going to the toilet, for instance) every now and then in some quite off outfits -which never have made any sense to me, I only notice long enough to mention it to my brother, who successfully distracts me with a freshly made peanutbutter sandwich, that kind of things.
I actually hardly ever see both, but I do know Danny lives next door and that Anita is his girlfriend.
On one night my brother is performing the art of cooking with a lot of hoopla, when the doorbell rings.
‘Can you open it?’ he asks me, because he is just having a fight with a frying pan filled with minced meat and herbs, which aren’t acting out the way it says they are supposed to do on the packages they came in.
Barefeet I bounce my fleet feet to the front door.
‘Jesus, Paul, have you shrunk?!’ the words are blastered in my face by Anita, who’s apparently at the door and sounds sincerely shocked.
‘Err I’m Iris, his junior sister by ten years’, I answer equally shocked, with big eyes and hugely surprised.
‘My god you’re his speaking image! Really, like two peas!’ Anita urges, still incredibly surprised and not quite finished being in shock really.
I was aware of the fact I look like my brother, but I wasn’t aware that it was so ‘bad’ that it makes people think that it’s actually humanly possible to shrink…

 
Leave a comment

Posted by on May 19, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , ,

 
%d bloggers like this: