RSS

Tag Archives: cat

Laminaat/ Wooden floor

Van de week hebben we onze geliefde kat begraven, een droeve gebeurtenis. Het betrof een eigenaardig beestje, wat mijn man al ruim 16 jaar gezelschap hield, mij zo’n 11 jaar.
Nu moest ik ineens denken aan één van de keren dat ons geliefde beest had besloten weg te lopen. Dat is meerdere malen gebeurd, maar die keer was het wel erg beangstigend, omdat we net waren verhuisd. We bleken het kattenluikje in ons nieuwe onderkomen te hebben onderschat: dat had niet slechts twee standen (namelijk ‘open’ en ‘dicht’) zoals we dachten, maar wel vier. Inclusief ventielsluitingen in beiden richtingen. Waar we ‘m dus in bleken te hebben gezet. Het beest, Poes geheten, had net een nieuw halsbandje. Wat hij op de gang van ons nieuwe huis had achter gelaten. Paniek.
Omdat onze oude woning nog niet geheel ontruimd was, moesten we daar naar terug. Het openen van de deur leverde dikke tranen op, want de schreeuwde stilte herinnerde ons aan het weggelopen beestje.
Nu moesten echter de schouders eronder, want elk detail dat niet in originele staat werd teruggebracht, zou ons met extra kosten opzadelen, want zouden in rekening worden gebracht.
Toen ontdekte ik pas wat frustratie bij me teweegbracht. M’n man was verbaasd, maar liet me begaan. Wat als gevolg had dat ik het volledige laminaat (wat aan de vloer was vastgelijmd en geniet en met verbindingsstukken aan elkaar vast zat) in no time los had gerukt.
Hij had zelf aanzienlijk meer moeite de boel in onze voormalige slaapkamer los te krijgen.
‘Kun je hier ook even losgaan?’ vroeg hij, lollig bedoeld. Het was pas toen dat ik me realiseerde dat mijn emotionele staat voor de verandering zeer nuttig was.

Het kostte minder dan de middag om ons oude appartement in oude ‘glorie’ te herstellen.

Poes meldde zichzelf de volgende ochtend vroeg voor ons (nieuwe) bed. En zo kwam alles toch nog goed.

 

Last week we’ve buried our cat, a sad event. It was one of the weidest creatures that accompanied my husband for over 16 years, myself only a mere 11 years.
Now I was suddenly reminded of one of the times our beloved creature had decided to wander off. This happened a few times, but that particular time it was especially stressful, as we had just moved houses. It turned out we misjudged the catflap our new house had. It didn’t have two options (‘open’ and ‘closed’ ) as we thought, but four. Including ‘open for going out, but closed for going in’  and the other way around. And it happened to have been in that position when the animal, named Poes (Puss) had walked out. We had given him a new collar. Which it had managed to take off. Panick.
Since our former appartment hadn’t been fully cleared, we had to go back to fix that. Opening the door made me well up again, as we were confronted with the screaming silence of Poes also not being there.
We had to get the floors out, however, because not doing so would cost us a lot, given that professionals were going to have to remove it if we didn’t, sending the bill to us. It was then that I discovered that me being frustrated can be quite handy. You see, we had wooden floors. Stuck with both glue and nails, being connected with aluminum thingies. I tore, ripped, flipped and kicked everything apart. With results. In no time, the floor was taken apart. It surprised hubby, who needed a lot more time with it in our former bedroom.
‘Can you do that here too?’ he asked, trying to be funny. I hadn’t even realised that I was going wild. When I ripped that floor apart, I realised that me being frustrated was actually helpful for a change.

It took less than a day to get our appartment back in the state we were supposed to leave it in.

Poes returned the very next day, in our new bedroom. And so everything ended well. 

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on May 10, 2017 in Daily life

 

Tags: , , , , , ,

Kattenavontuur/ Cat adventure

Katten zijn brutale beesten. En helden op sokken.
Mijn vader joeg ooit nijdig onze kat de keuken uit die zich op wat gehaktballen had gestort. Van schrik vloog het beest de hele tuin door en liet zich niet meer zien. Zelfs ‘s nachts kwam ze niet binnen. Wel hoorde mijn vader haar piepen en had al het vermoeden dat ze zich ergens had verscholen waar ze niet meer uit kon komen. Het werd donker. Verder zoeken dan de tuin ging niet.
De volgende ochtend stond mijn vader, zoals gebruikelijk op zondag, eieren te bakken. Een beetje om zich heen kijkend, zag hij haar zitten door het raam van de keukendeur. Aan de overkant.
Toen ik binnenkwam, vroeg hij aan me:
‘Wil jij straks Gijsje even gaan halen? Ze zit bij de overburen zag ik net’. Dus daar ging ik, na het ontbijt.
Ik ging uit van de beschrijving van mijn vader (‘daar, bij dat huis, op het balkon op de tweede verdieping’). Ik ging in een stevige, maar niet hele dikke jas (het was ruimschoots lente te noemen) via de straatkant naar de overburen.
De overburen waren geen bekenden, dus ik mocht niet “even” over de schutting klimmen.
Dus ik belde aan en vertelde dat onze kat bij hen zat. Ze waren op de hoogte. Blijkbaar had Gijsje de hele nacht klagelijk gemiauwd. Ze hadden zich daarom al rot gezocht naar het beest, maar waren er niet in geslaagd haar te vinden. Ik verontschuldigde me, het leek me niet prettig om daarmee in slaap te moeten vallen.

Probleempje.

Gijsje zat niet op het balkon. Ik zag haar helemaal niet.
Aan de overkant zag ik mijn vader in de keuken, en gebaarde en riep dat ik Gijsje niet zag. Waarop mijn vader naar buiten liep en wees.
Onwaarschijnlijk genoeg had Gijsje zich op de richel van het balkon, dus aan de buitenzijde, weten te bewegen. Hoe ze daar in godesnaam op was gekomen? Het was een gesloten balkon zonder kieren, tamelijk hoog -en Gijsje een klein katje.

Dit vereiste een andere aanpak.
Het stel waar ik in huis stond was gelukkig in bezit van een ladder. Die werd uit de schuur gehaald, op het dak van het schuurtje van de buren van deze overburen gezet, en daarna was het:
‘Ga jij maar, ik hou de ladder wel vast. Die kat kent jou beter dan mij’.
Dus daar ging ik. Om bij de richel onze kat (formaat flinke duif) met de grootste ogen die ik ooit aanschouwd heb (formaat tennisballen) aan te treffen.
Hier had ik de jas voor aangetrokken. Ik ritste ‘m open, griste het doodsbange beest van de richel, en stopte haar direct dicht bij me. Ik sloot de jas enigszins en kwam de trap weer af.
Mijn vader was nog immer niet van plan om me over de schutting te laten klimmen. Ik bedankte dus het echtpaar en verliet de woning via de voordeur.
Tijdens de korte wandeling naar huis, kreeg Gijsje het bijna voor elkaar om door een krappe mouw heen naar buiten te kruipen. Toen ik thuiskwam, kon mijn vader een stuitbevalling uitvoeren via mijn mouw. Een piepklein katje met grote ogen. Nooit meer kwam ze aan het gehakt en nooit meer brulde mijn vader zo hard naar haar.

Cats are naughty things, hero’s on socks, as we say in the Netherlands. My father once scared our cat out of the kitchen,being angry at it for eating some meatballs. The cat got so scared it ran through the garden and didn’t show itself again.
My father did hear it meowing so he was a bit worried the cat ran into something it couldn’t get out of. Unfortunately it got dark. It had no use to go look for the cat because it wasn’t in our garden for sure.
The next morning, my father was frying some eggs as usual on a Sunday for breakfast and he saw the cat. Through the window of the kitchendoor.
When I came down, he asked me:
‘Can you go and collect Fluffy? She is at the neighbours who live across us’. It wasn’t a very usual request to start with, 
I went blind on my father’s description (‘there, over by that house, on the second floor on the balcony’).
So I went in a firm, but not too hot coat (it was summertime) over to the neighbours. We didn’t know one another, so I walked from door to door as my father wouldn’t allow me to climb the hedge. I there simply rang the doorbell, explained my presence. The people were aware of Fluffy’s presence, for it had been meowing all night long. I apologized for this, for I couldn’t imagine that would’ve been a very pleasant way of sleeping at all.
Slight problem. Fluffy wasn’t on the balcony. At least, I couldn’t spot her. On the other side of the garden, I spotted my father in the kitchen, so I waved at him, yelled I couldn’t find her. He walked towards me, still in our backyard, and pointed out where she was. It was on the ledge of that balcony, with a wall in between there. How she managed to get there we’ll never know. However, I had to come up with something different.
Fortunately, the couple whose house I had brutally invaded, owned a ladder. It was taken out of the shed, put on top of the nextdoor neighbours’ barn (an office with no-one there during the weekend) and I was told:
‘You climb the ladder, I will hold it. That cat knows you way better than me’.
So there I went. To find the cat on the ledge (size of a huge dove) with the biggest eyes I’ve ever seen on a cat (size tennisballs). This was the reason I put on my coat in the first place: I opened my zipper, snatched a deeply scared Fluffy off the ledge, put her close to me. I closed the zipper a bit, came down the ladder.
My father still wouldn’t let me climb the fence. So I thanked the couple and left the house through the front door.

Even though it was only a small walk, Fluffy almost managed to get through the sleeve of my coat.
Almost. 

When I came home, my father could practically deliver her in a breech way from my sleeve. A very small cat with big, scared eyes. She never touched meatballs again and my father never yelled that loud anymore.

 
Leave a comment

Posted by on November 14, 2015 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , , ,

Kat in jas/ Cat in coat

Mijn broer kwam in zijn brugjaar zo af en toe ineens terug naar huis. Een nieuw schoolsysteem wat nog niet helemaal rijp was, waardoor het rooster ineens niet meer klopte, ondeugdelijke houding jegens de medemens en meer van dat soort grapjes waren hier doorgaans de reden van.
Of een verdwaalde kitten. Die wezens hebben bij ons in huis nogal eens de neiging gehad om zich onder zijn vleugels te verstoppen. Een van onze moederpoezen heeft ooit een heel nest kittens in zijn bed verstopt.
Waar wij ons het rambam naar zochten, want we wisten dat de bevalling kennelijk had plaatsgevonden. Moederpoes liep, leeg en wel, door het huis te banjeren. En ons vertellen waar ze had geworpen, ho maar. Alvast niet in de keuken, waar een kraamkamer was ingericht. Een kat en doen wat ‘m is opgedragen: haha.
Toen broerlief in bed werd gestopt en zijn benen probeerde te strekken, merkte hij de pluizige bolletjes bij zijn voeten op en riep:
‘Ik heb ze gevonden!’

Zo kwam het, dat toen mijn vader op een ochtend de voordeur open deed om naar zijn werk te vertrekken, daar tot zijn verbazing mijn broertje op de stoep trof.
‘Wat doe jij nou weer thuis?’ vroeg hij op nijdige toon.
‘Ja, ik moest wel, Hannah had zich in mijn jas verstopt!’ riep deze in al zijn onschuld uit, zijn fiets in het rek slingerend.
‘He?’ vroeg mijn vader verbaasd, terwijl hij de deur simpelweg openhield en achter mijn broer aan liep. Die was intussen door naar de woonkamer gelopen.
‘Hee, wat doe jij thuis?’ mijn moeder, verbaasd van achter haar krant, nog aan haar ontbijt.
‘Hannah zat in m’n jas, dus ik ben omgekeerd, naar huis’, zei hij, terwijl hij zijn jas open deed. En verrek, daar zat ze. Met grote tennisbal-ogen keek ze verschrikt mijn ouders aan. Die in lachen uitbarstten.
‘Wat een plek om je te verstoppen, sufferd!’ sprak mijn vader, terwijl hij het verschrikte beest over het verwarde kopje aaide en d’r uit de grote jaszak trok.
‘Nou, kom maar. Ik breng je wel naar school, dan leggen we het uit aan de conrector’, zei mijn vader mild tot mijn broertje.
En zo kwam het toch nog goed.

My brother sometimes arrived home earlier from his first year of midschool than anticipated. A schoolsystem not being completely functional yet, which left the schedule incomplete, incorrect behaviour towards other persons and superiors and more where that came from, were usually grounds for these early home arrivals.
Then we had kittens.
These creatures have often found their way underneath my little brother’s ‘wings’. It so happened that mothercat hid her kittens in his bed when no-one was around. We looked everywhere, for we knew the mothercat had delivered, as she was walking around slender and empty. We had prepared a ‘room’ for her in the kitchen, but using it? Meh. Cats never really do what you ask of ‘m, eh?
It wasn’t until my brother was put in bed at night and he wanted to stretch his legs, that he felt the little cottonballs in his bed.

‘I’ve found ‘m!’ he yelled then, so we could welcome our new familymembers properly.
So it happened that my father was about to leave for work, and found my brother in the front yard, just returning home.
‘What are you doing home early?’ he asked agitated.
‘I had to, Hannah was hidden in my coat’, he replied, all innocently.
‘Huh?’ my father replied surprised, simply holding the door and following my brother. Who marched straight through into the livingroom.
‘Huh? What are you doing back home?’ my mother asked, reading the newspaper, having breakfast.
‘Hannah was in my coat, I had to return home’, he said, opened his coat to show them. And there she was. With eyes the size of tennisballs she looked at my parents. Who started laughing loudly.
‘What a place to hide, you silly!’ my father said, petting the confused animal over its head, before yanking it out of the huge pocket. 
‘Oh well, come along. I’ll bring you back to school and we’ll explain things to your headmaster’, my father said to my little brother.
And so it all turned out well.

 
Leave a comment

Posted by on November 23, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,