RSS

Tag Archives: humor

Bed & Breakfast

Nee, dit is geen review.
Gewoon een grappige anekdote.

Ik ben niet zo handig.

We, mijn man en ik, verbleven in een werkelijk schattig B&B in Engeland. Gelegen op een heuveltje wat was beplakt met lapjes grond en hooibalen hier en daar, parkeerplaats ervoor en onze auto die van onder tot boven was volgestouwd met vakantiezooi.
Ik ben fantastisch goed in het vergeten van zaken uit die enorme handtas op vier wielen.
We waren net bezig met onze  bedrituelen en dus met uitkleden, toen ik me realiseerde dat de toilettas niet mee was gekomen uit de auto.
‘Ik ga ‘m wel halen’, zei ik, nadat ik m’n jas en trui al uit had getrokken.
M’n man draaide zich om, zoals personen wel vaker doen, al is het alleen maar om degene die tegen je spreekt op z’n minst aan te kunnen kijken. Hij bekeek me kort.
‘Doe je trui aan, of een vest’, het leek wel een bevel.
U kent mijn man niet, dus ik zal u inlichten: het is niks voor hem om mij te vertellen wat ik moet doen. Totaal niet. Al helemaal niet als het op kleding aankomt.
De meeste kleren die ik draag heb ik ooit van familie of vrienden danwel vriendinnen gekregen. Een allegaartje van ongeveer elke smaak die je tegen kunt komen. Dus keek ik verbaasd naar beneden na zijn woorden. Daarna keek ik lachend op.
‘Och shit, ja!’ en trok haastig en lachend m’n trui weer aan. Snel de autosleutels mee grissen, trap af en de auto in duiken in die bergen tassen. Toilettas gevonden, terug naar boven. Ik zocht naar m’n borstel, maar zag al gauw dat die hier niet in zat.
‘Oh, die zal wel in m’n andere tas zitten dan’ zuchtte ik.
Die lag ook nog in de auto. Ik had m’n trui alweer uitgetrokken. Op m’n laatste ‘rit’ was ik de wat oudere eigenaar van dit schattige B&B ook niet tegengekomen, dus ik besloot de gok te wagen. Ik liet m’n trui voor wat-ie was.
Toen ik beneden kwam, viel me wel op dat het licht inmiddelsl uit was. Op m’n vorige tocht door de hal was het aanzienlijk lichter geweest. Ik ging op zoek naar de lichtknop, had geen idee waar dat ding zat, aaide kennelijk de muur. Toen dat niet lukte, probeerde ik dan maar zonder de licht de deur open te draaien van het slot.
Terwijl ik dat deed in het donker, ging achter me het licht ineens aan.
Ik draaide me wat verschrikt om.
Daar stond de ongeveer 65-jarige eigenaar, met overhemd maar zonder broek, aangezien hij onderweg was geweest naar bed.
Stonden we dan, beiden in de hal. Hij zonder broek, ik in een T-shirt. Waar de letters ‘LOLITA’ niet groter op hadden kunnen staan.

Ik ging ‘gewoon’ weer terug naar bed, hoewel ik amper uit kon leggen aan m’n man wat er was gebeurd, zo hard moest ik lachen.

No, this isn’t a review.
It’s simply a funny story.
About me being clumsy.
We, my husband and me, were staying at a cutishly small Bed&Breakfast in the United Kingdom. It being slightly up a hill, looking out over various pieces of ground with hay, a parkinglot just out front and a car stashed with all of our holiday-needs, I am, like any woman, great at forgetting things from that giant handbag on wheels.
We were about to go to bed and so getting undressed when I realised our toiletbag hadn’t come out of the car.
‘I’ll get it’, I simply said, after I had already removed my coat and jumper.
Hubby turned around to look at me, as persons who are being spoken to tend to do, in order to be able to at least look at the persons eyes. He looked at me briefly.
‘Put your jumper back on’ he seemed to order.
You don’t know my husband, so I’ll enlighten you: it isn’t like him to tell me what to do. At all. When it comes to clothes even less. We’re not very much into clothes. I’m not into fashion. Most of the clothes I wear I got from relatives, friends, second handshops. It’s every style you can think of and everything in between. So, surprised by his tone, I looked down. Then I laughed, said:
‘Oh shit, you’re right!’ and hastily and grinningly put my jumper back on. I quickly took the carkeys, ran downstairs and dove into the stash of bags in the car. Found the toiletbag, went back up. Searched for my brush in it. Realised it wasn’t in there.
‘Oh, it must be in the other bag’, I sighed. That one was also still in the car. By now I had taken my jumper off again. In my last run, I hadn’t run into the owner of this very cute little B&B, so I decided to take my chances.
When I did, I did notice the lights had gone out in the hallway. I tried to reach for the lightswitch, but it not being my house, I had no idea where it was, really. I caressed the wall, apparently.
Then, as I tried to open the front door just without the light, it was switched on. I turned around, and there was the owner, in his shirt but with no trousers on, as he had been on his way to bed.
So, there we were, in the hallway, him without his trousers, me in a T-shirt that had, in very big letters, written the word “LOLITA’ on it.
I ‘just’ went back to bed, barely being able to explain to hubby what happened as I nearly weed myself laughing so hard.

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on February 19, 2015 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , ,

Zitten/ Sitting

Ik had, in een zalig tweedehandswinkeltjes shopronde, een kort jurkje en mouwen (bolero) aangeschaft.

Stond prima, die outfit. Nog wat lippenstift en mascara op (mijn echtgenoot viel bijna flauw van het lachen, dreigde er foto’s van te maken. ‘Of nee, misschien moet ik eigenlijk meteen de krant maar bellen’) en daarna gewoon doen of ik dat elke dag op en aan had. Viel nog niet mee, met die Bambi-benen op hakken.
In de pub met onze vrienden meeten. Iedereen keurig opgedirkt in kleurige outfits, nette pakken met krakend leren veterschoenen -want gympen verboden in de club- natte haren van het douchen, glitters en glimmers overal. Het zou gezellig worden, dat was duidelijk.

Dat ik na een flinke lachaanval in de pub meteen m’n mascara al kwijt was (in een papieren zakdoekje), dat nam ik dan maar voor lief (dat gebeurd toch altijd). Toen richting club.
Het zag er leuk uit. Beetje als een kroeg, eigenlijk. We zetelden ons in een gebankte hoek met heerlijk jaren 70 oranje, poefjes die op half opgezette -maar onthoofde- pinguins leken en tafeltjes die later nog als plectrum konden dienen voor Guitar Hero bijvoorbeeld.

Een van onze vrienden, een koddig klein kereltje met bijna meer tattoeages dan huid, schopte zo’n opgezette pinguïn voor m’n neus.
‘Here, Piglet, have a seat’ werd me aangeboden. Dus ik ging zitten, zoals ik dat altijd doe.
Ik liet me zakken, want die poef was nogal laag bij de grond.
Met m’n benen wijd. En dan verbaasd het commentaar horen:

‘Wohow! You’re sitting down like a bloke!’ een hoop gelach en de herstelronde volgde ogenblikkelijk:
‘Go sit there, on the couch, much better!’ en gierend van de lach deed ik dat. Het werd heel gezellig.

I had bought, in a lovely second handshop, a nice little dress and a some sleeves (the bolero kind).

That outfit was alright on me. Some lipstick and mascara (my husband nearly fainted from laughing when I did that, threatened to take pictures and put them on to facebook. ‘Oh no, perhaps I’d better ring the newspapers first ‘).
And then pretend I was used to doing this every single day.
Wasn’t so easy. Bambi-legs on heels.
Meeting our friends at the pub. Everyone was neatly spruced in colorful outfits, dandy suits and creaking lace up shoes -because sneakers are forbidden at the club we’re heading for- wet hairs from misty showers, glitter and glamour everywhere. We were about to have an excellent night, this was very clear.

That I lost all of my mascara (in a paper handkerchief) after nearly weeing myself laughing, I took that as a bonus (that always happens anyway). Then heading for the actual club.
It looked good. A bit like a pub, really. We sat ourselves down in a banked corner that was dressed warmly in seventies orange, poofstools that looked like stuffed penguins and tables that could function as an emergency-plectrum.

One of our friends, a funny little man covered in tattoos for as far as the skin could reach, kicked one of those stuffed penguins in my direction.
‘Here, Piglet, have a seat’ he offered. So I went for a seat, the way I always do. I’m not that elegant. At least, not automatically.
As it happened to be a poofstool, I lowered myself..
Legs spread. And then heard the surprised comment:

‘Wohow, you’re sitting down like a bloke!’ a lot of laughter and a quick recovery followed:
‘Go sit on the couch there, much better!’ and screaming with laughter I did. It become a fab night.

 
Leave a comment

Posted by on February 18, 2015 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , ,

BlackList

Serie met James Spader en Megan Wood. James Spader speelt Reddington, een crimineel die zichzelf bij de FBI aan komt bieden als hulp bij het opsporen van, wat hij zelf graag noemt, zijn ‘BlackList’. Hij wenst alleen te spreken met Elizabeth Keen, een vrouwelijke FBI-agente die nog nooit van hem gehoord heeft.
Het gesprek wat tussen beiden volgt heeft een enorm hoog Hannibal Lecter & Clarice Starling-gehalte. Sterker nog, het lijkt erop dat men heeft willen uitproberen hoe het zou zijn als die twee inderdaad op regelmatige basis zouden samenwerken.
Er vallen hier en daar helaas wel gaten in het script, of draaiboek, of hoe je het ook wil noemen. Zo wordt Mrs Keen (ze is getrouwd) al in de eerste aflevering gevraagd wat haar profilering (daar is ze specialist in) van haarzelf zou zijn.
Ze omschrijft zichzelf als ‘bitch’. Robin Wright in ‘House of Cards’ is een bitch. Keihard en onbesuisd. Megan Wood als Mrs Elizabeth Keen is dit geenszins. Ze doet me denken aan Ellen Page in ‘Juno’. Aantrekkelijk, slim en principieel.
James Spader is een genot om naar te kijken. De zeer droge humor spat er bij hem van af. De laatste serie waar ik hem in zag was Boston Legal en dezelfde idiotie komt in het personage van Reddington tamelijk regelmatig voorbij.

De muziek uit de serie is tamelijk hinderlijk aanwezig in de tussenstukjes. Zeurend, af en toe krijsend, erg op de voorgrond. Het is kennelijk de bedoeling dat de teksten uit de muziek het woord doen, in plaats van personages. Nu is muziek een persoonlijk ding, dus dat kan aan mij liggen.

Gebrek aan realiteit hier en daar. Een cavallerie aan auto’s wordt gestopt door 1 lullig mannetje die een bordje voorhoudt op de weg. Als dat echt was, zouden de auto’s dat geweten hebben en niet verrast zijn. Dat is hun taak als FBI. Iemand wordt neergeschoten en er kan nog geen ‘auw!’ af. Geen kreun wordt gelaten. Beelden voorbij zien komen waarbij je denkt: dit moet een hint zijn, maar nee. Het lijkt daardoor af en toe of er slordig ge-edit wordt: dat er scenes in zijn blijven zitten die geen toevoeging voor het verhaal hebben.

En toch blijf je kijken, want man, wat hebben ze het verder leuk aangekleed. Een blacklist van criminelen, waar een voor een mee afgehandeld wordt. Een soort Dexter, maar zonder de romantisering van het doden. Het is het afrekenen met oude kwelgeesten. Ik denk dat dat het hem doet.
Prachtig.

Tv-show with James Spader and Megan Wood. James Spader plays Reddington, a criminal who offers the FBI his services to fade out, what he likes to call himself his ‘Blacklist’. He only wishes to speak to Elizabeth Keen, a female agent who has never heard of him before.
The meeting that follows is very much the one Hannibal Lecter and Clarice Starling once had. In fact, it does seem as if they have tried to put this specific duo into a tv-show.

The script isn’t covering overall, unfortunately. The irregularities are quite obvious every now and then. For instance, Mrs Keen is asked in the very first episode to profile (this is her specialty) herself.
She describes herself as ‘bitch’. Robin Wright in ‘House of Cards’ is a bitch. A real one. Mrs Elizabeth Keen doesn’t compare even close to that. She reminds me of Ellen Page in ‘Juno’. Attractive, smart, strong on work ethics.
James Spader is a delight to watch. The very dry sense of humour is truly entertaining. The last tv-show I saw him in was Boston Legal and the same idiocy passes by here regularly.

The musical interludes aren’t pleasing to my ear. It’s often ‘screamy’ and just not adding in my opinion, but since this is a different chapter, I’ll leave it to that. Especially because the yrics of the music often seem to tell why that interlude just needs to be there. I’m someone who rarely, if ever, listens to lyrics.

Lack of reality here and there. A cavallery of important cars that gets stopped by a bloke holding nothing but a ‘Stop’ sign plate. If they were any good, they would know and they wouldn’t get surprised by it.Someone gets shot and doesn’t even yell the slightest ‘ouch!’. Not a moan or anything. And parts of scenes where it seems like you should pay attention to certain details, but nothing comes of it. This makes me think that somehow the editing-part doesn’t get a proper treatment. As if some parts aren’t meant to be shown at all, as they have no aditional value to the episode.

And still: you keep watching, as they organised all of it so lovely. A blacklist of criminals that’s being dealt with. A bit like Dexter, I suppose, but without romantisizing the killing. It’s dealing with bullies in a way. This could be why it keeps you entertained.
Simply lovely.

 
Leave a comment

Posted by on February 11, 2015 in Opinion

 

Tags: , , , , ,

Kerstcircus / Christmas circus

Een van de eerste baantjes die ik had was op een bescheiden kantoor. Toen de kerstperiode aanbrak, werd er een uitje georganiseerd. Het kerstcircus in de Schouwburg.
Omdat we vrij laat aan kwamen -de grote baas, laten we hem meneer Jaarsma noemen, kon zijn zin om op tijd te vertrekken weer eens niet vinden- was het al donker in de zaal toen we arriveerden. Voor het gemak werd ik naast meneer Jaarsma geplaatst. De andere collegae zaten op verschillende plekken naast en om ons heen.

Het duurde even voordat ik doorhad dat meneer Jaarsma niet alleen wat oud en vergeetachtig was, maar ook snel slaperig, als het op donkere ruimtes aankwam.
Toen er op het toneel twee springerige heertjes tevoorschijn kwamen en een vaag, clownsachtige figuur apestreken uit begon te halen, was ik verbaasd om een andere collega naast me te horen fluisteren:
‘Meneer Jaarsma, u bent toch niet in slaap gevallen he?’ waarop de beste man wat wakker schrok, en handig inspeelde op het beeld op toneel. De clown, in hesje met blauwe en rode kleuren, lag op z’n buik dramatische bewegingen te maken. Als een klein kind dat z’n zin niet krijgt.
‘Nee hoor, ik vroeg me gewoon af of dat de Amerikaanse of de Zweedse vlag was’, verexcuseerde hij zich haastig. Dusdanig dat niet alleen de hele zaal het verstaan had, maar ook hartelijk begon te lachen.

Vijf minuten later sliep Jaarsma weer.
Welbesteed, dat geld…

One of the first jobs I had was at a small office. When Christmastime arrived, we were going out as a team. To the Christmas Circus at the local theatre.
Because we arrived quite late -as the big boss, let’s call him Mr Birds, couldn’t find his mood to leave at a proper time again -it was already dark inside when we got there. As it was easiest that way, I was put next to this Mr Birds. The other colleagues were seated around us on various places.

It took me a while to notice that Mr Birds wasn’t just old and a bit forgetfull, but also had trouble keeping his eyes opened once exposed to a bit darker surroundings.
When two jumpy acting figures appeared on stage and a vague, clownesque idiot started moving around, I found myself being surprised to hear another colleague whisper: ‘Mr Birds, you haven’t fallen asleep, have you?!’to which the old man shamefully awoke and handily spoke, as if it was programmed as such on display (the clown on its belly on the stage, crying dramatically using arms and legs, being dressed in something blue, red and white) :
‘No no, I was just wondering if that’s the American or the Swedish flag’ he said so loudly everybody was able to hear it.
All of the people laughed and the show could go carry on its merry way.

Five minutes after that, Mr Birds had fallen asleep again.
Five minutes. Money well spend.

 
Leave a comment

Posted by on January 22, 2015 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , ,

Uitzendbureaus / Temp agency

Het is crisis.
Ik solliciteer me suf. Al jaren.
De markt zou aantrekken.
Ik reageer op alles wat los en vastzit. Dat vinden werkgevers niet leuk. Die willen gemotiveerde mensen voor hun niche. En hebben ook maar vast bedacht dat wie op alles reageert, daar niet onder valt.
Het zal u verbazen, werkgevers van Nederland, hoe gemotiveerd kansloze werklozen zijn. Dat is iedereen boven de 18. Fijn dat ‘voor een dubbeltje op de eerste rij zitten’ het motto schijnt te zijn.
Ondertussen is het landschap in uitzendland ook ernstig veranderd. Kon je voorheen prima via het uitzendbureau je werkervaring wat opkrikken, zo lastig is het nu.
Toen ik als 18-jarige mijn diploma SPW4 op zak had, stapte ik het eerste beste Randstad Uitzendbureau in mijn stad binnen en schreef me in. Nadat de nodige paperassen onder m’n neus waren geduwd, ik mijn diploma had laten zien, paspoort, bankpas, en alles van een krabbel was voorzien, had ik de dag erop volgend werk.
Naar huidige begrippen rap te noemen.
Ik kreeg een week lang elke dag een telefoontje waar ik me nu weer mocht komen melden om een dienst te draaien. Daarna stapte ik over op vast werk in dat werkveld.
Zo geschiedde.
Ik had werk. Perfect.

Dan solliciteren anno nu…
Internet staat strak van de vacatures. Werkelijk strak.
Uitzendbureaus bellen je niet meer, jij moet de site maar checken. Je hoeft het woord ‘vacature’ maar in een zoekmachine te tikken en je beeldscherm braakt een lijst uit waar menig anorexia-patiënt jaloers van wordt.
Bovenaan de sites die vacatures voor je verzamelen. Nutteloos. Geen van die ‘verzamelsites’ wordt namelijk bijgehouden. Toch zijn net die sites de eerste die je ziet.
Dankzij de mogelijkheid om je bovenaan te kopen in die zoekmachines tegenwoordig.
Zucht.
Voordat je door die meuk heen bent (beeld je even in dat je in zee zwemt en eerst door een aantal meter plastic zakken, flesjes, zeewier en kwallen heen moet worstelen), ben je het spoor van de vacature waar je aanvankelijk naar zocht al lang en breed kwijt.
Fijn.
In uitzonderlijke gevallen stuit je op een vacature waarvan je denkt: dit is me op het lijf geschreven. Meestal is het namelijk ‘vooruit, dat kan ik ook wel. Denk ik’.
In zo’n geval druk je op de misleidend getitelde ‘solliciteer direct’ knop, ergens onderaan.

Dit is de bitch onder de knoppen.

Er is in geen enkel geval sprake van ‘direct’.
‘Direct’ is als je een slagaderlijke bloeding hebt en een arts je arm afbindt met het eerste beste wat-ie tegenkomt, zo je leven redt.
Dat is ‘direct’.
Dit is zoiets als de ‘algemene voorwaarden’ moeten doornemen voordat je op ‘OK’ klikt. Maar dan wel andersom: zou je ze even allemaal ter plekke zelf in willen vullen AUB?
De bijbel overtikken gaat sneller.
Want denk niet dat het stopt bij het gewoonlijke ‘naam en adres’. Ondanks dat alle sites een aparte ‘box’ hebben om je CV te uploaden, kan je beter een foto van je moestuin uploaden. Of van je oma.
Je moet je gehele CV namelijk alsnog invullen. Ik ben nog geen site tegengekomen die uitlegt waarom ze EN je CV willen EN dat je die daarna alsnog over de vele verschillende balkjes en knopjes verdeeld.
Enfin. Invullen dus.
In een tijd waar je aan alle kanten gewaarschuwd wordt dat het invullen van je paspoortgegevens, ID-kaart, bankpas en wat al niet meer, uitsluitend is weggelegd voor de Belastingdienst en Overheden, wordt je door deze sites toegang geweigerd als je die gegevens niet invult.
Is een uitzendbureau dan de Belastingdienst of een Overheid?
Nee. Gewoon, nee.
Het gaat hier namelijk over een vacature. Niet over een contract. Maar zonder het invullen van deze gegevens kun je ook niet solliciteren via de ‘solliciteer direct’ knop.
Daarnaast vind ik het raar dat de werkgever zijn mogelijk toekomstige werknemer WEL in bek mag kijken (hij weet nu waar je huis woont, je bed slaapt, je bank huist, je burgerlijke staat en je gezinssamenstelling), maar andersom niet. Sterker nog, de vacatures zijn vaak uiterst vaag over het bedrijf waar het om gaat. ‘Een van de grootste Zorgverzekeraars van Nederland’, staat er dan. Wie dan, of wordt dit een soort ‘Blind Date’?
Het is wel vaak net of je solliciteert in een Dark Room. En dan niet het soort waar foto’s worden ontwikkeld (ik zeg het maar even).

It’s a crise.
I have been jobhunting. For years.
Supposedly things are getting better.
I respond to anything and anyone. Employers don’t like that. They want motivated people for their niche.
It might surprise you, employers, how motivated chanceless unemployed people are. That’s everybody over 18 years of age. Employers like to pay zit for sitting front row.
Meanwhile, the landscape in temp-agencyland has severely changed, too. Before, one could step into a temp agency to simply gain some work experience. It’s far more difficult now.
When I got my degree in Children’s Daycare I    walked into one of those temp agencies and enrolled.
After filling out a pile of papers being passed by, showing my degree, filling out taxpapers, my financial details and so on, I had work the next day.
For a week I received a phonecall daily to tell me where I could work for that day. After that, I went for a steady job in that same workfield.
I had work in no time. Perfect.

Then jobhunting now.
Internet is loaded with job vacancies. Really loaded.
Temp agencies no longer phone you, you have to check the website. All you have to do these days is type in the words ‘job vacancies’ in any search engine and your screen barfs a pile of links that would make an anorectic jealous.
Amongst those links, sites which gather job vacancies for you. Quite useless, as most of these sites aren’t even a little up to date. Their place on your page?
On top.
Before you’ve gone through all of those links (which is like swimming in the ocean, having to pass through plastic bags, bottles, jellyfish and god knows what), you’ve lost track of the job vacancy you were after.
Nice.
In exceptional scenarios, you stumble upon a vacancy that’s actually suitable, right up your alley and so on.
Most of the time it’s more: ‘Ok, let’s do this. I can, really. I think’.
In cases like that, one pushes the misleading button ‘apply now’, somewhere down the page.

It’s the bitch of buttons.

There is no ‘apply now’.
‘Now’, would be, if you suffer from an arterial bleeding and a doctor immediately rips something to shred to safe your life.
That’s ‘now’.

This is more, having to read the ‘terms&conditions’before clicking ‘OK’, but then the other way around. You have to type it down yourself, at that moment, please?
Typing down the bible will be less time consuming.
Because don’t think it’ll stop after ‘name and address’. Even though all sites have a seperate box that says ‘upload resume’, you might aswell upload a picture of your vegetable garden. Or your grandma. 
You have to fill out your resume after that anyway. No idea why.
I haven’t encountered a site that actually explained WHY you have to upload AND your resume AND fill it out over all the millions of fields on display.
Anyway. You do that.
In a time where one is warned quite often that copying a passport, bankpasses, ID-cards or anything like that, isn’t for anyone but the Taxes or Governmental institutions, you’re not able to use these websites without that info.
Is a temp agency a tax Office?
No. Just, no.

This is a job vacancy. Not a contract. Without filling out the information to these questions, you cannot apply for the job through this ‘apply now’ button.
I find it very odd that a perhaps future employer CAN know everything about his/her perhaps future employee (he now knows where your house lives, your bed sleeps, your bank gives money, your marital state, the size of your household), but you -regularly- don’t know anything about him/her. As the vacancy is usually very vague about that: ‘One of the largest Care companies in the country’. So, which one is it then? Or are we on a Blind Date here??
Often, it’s like applying for a job in a Dark Room. And not the kind that develops photographs (just saying).

 
Leave a comment

Posted by on December 24, 2014 in Daily life, Opinion

 

Tags: , , , , , , , ,

Broer en zus / Brother and sister

Kareltje en Bente zijn buren waar ik regelmatig op pas. Ze zijn beiden enig kind, de ene 4 jaar, de andere 6 maanden. Omdat de ouders er geen bezwaar tegen hebben, combineer ik de twee adressen een paar keer. Kareltje moet uit school gehaald worden, terwijl ik die dag al op Bente pas. Met de wandelwagen halen Bente en ik Kareltje dus uit school, waarbij hij op het meerijplankje van de wagen gaat staan. Kareltje probeert al snel om Bente te vermaken, haar hier en daar eens op te pakken als ze is omgevallen en hij vindt dat kleine schattige meisje maar wat leuk.
Dat hij toch niet helemaal begrijpt hoe het nu zit, blijkt als hij op een dag eerst de vader van Bente meedeelt:
‘Ik kan best Bentes’ grote broer worden, want ik kan haar al heel goed tillen en ik kan haar ook aan het lachen maken!’ waarop die glimlachend toegeeft dat dat inderdaad de juiste Grote Broer-kwalificaties zijn. Als zijn moeder hem dus even later komt halen volgt de andere vuurproef:
‘mamma, mag ik Bentes’ grote broer worden?’ gelukkig is die meelevend ingesteld en reageert met:
‘natuurlijk mag dat, lieverd!’
Kareltje huppelt diep gelukkig met z’n moeder mee naar huis.

Charlie and Bente are neighbours I babysit regularly. They are both only child, one of them being 4 years, the other one is 6 months. Because the parents have no objection, I combine the two families a few times. Charlie has to be collected from school, while I am with Bente all day. With the stroller, Bente and I come to collect Charlie, who can stand on the little step of the stroller.
Charlie quickly tries to amuse Bente, picks her up when she fel down and he finds the little girl very nice to be with.
It turns out he doesn’t completely understand how things work when he tells the father of Bente:
‘I can be Bentes’ big brother, because I can pick her up really well and I can make her laugh!’ to which he’s being smiled at and told those are indeed the right Big Brother-qualifications.
When his mother comes to pick him up, the other challenge is met:
‘mamma, can I be Bentes’ big brother?’ thankfully, she’s compassionate with her little boy and she responds:
‘Ofcourse you can, dear!’
Charlie hops off home, deeply happy, with his Mom in tow.

 
Leave a comment

Posted by on December 8, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , ,

Boer /Belch

Het lijkt voor de hand te liggen, maar toch: laat nooit een boer in het gezicht van je baas. Doe in elk geval een poging om dat nooit te doen.
Mijn poging mislukte eens.
Dan moet u ook nog weten: mijn baas was een wat oudere dame. Kent u Lady Catherine DeBourg uit de BBC-serie (met Colin Firth & Jennifer Ehle) van Pride and Prejudice? Van die dame had mijn baas, zeker in gezicht, bijzonder veel weg. Type matriarch, ondanks het feit dat mijn baas zelf kinderloos was. Ze straalde echt uit ‘ik heb hier gezag’. Een vorstin op zich, met priemende oogjes en een intimiderende vinger over de broodnodige papieren als ze iets controleren wilde.
Zo’n type dus.
Zij zat aan het hoofd van de tafel, ik net naast haar. Mijn directe collega weer links van mij, daaromheen onze verdere collegae.
We hadden net samen gegeten, dat deden we vaker voor het een vergadering. Ik wilde nog even een klein, onhoorbaar boertje achter m’n hand laten.
Ik ben altijd slecht geweest in risico-schattingen.
Er kwam ineens een bolbliksem naar buiten, waarbij ik bijna mijn laatste hapje o-zo-gezonde salade in haar tas braakte en ze me aankeek met een mengeling van verbazing, shock, en toch ook stiekeme bewondering.
Mijn collega’s, hoewel gewend aan mijn geflatuleerde aard, konden eveneens een verschrikte respons niet voor zich houden. Mijn directe collega gaf me een pets tegen m’n arm, vergezeld met het bevel ‘gedraag je!’ wat ik haar niet kwalijk kon nemen. Ik bood mijn excuses aan uiteraard en bleef me de rest van de vergadering achter een papiertje verstoppen, zodat de rode konen op mijn wangen (van schaamte, ja) niet tot verdere onderbrekingen zouden leiden.
Het werd overigens een prima vergadering.

It seems very obvious, but still: never belch into your boss’ face.
Try at the very least never to do that.
My attempt once failed.
Then, you need to know that my boss was the female, a bit elderly kind. You know Lady Catherine DeBourg from the BBC-series of Pride and Prejudice? You know, the one with Colin Firth and Jennifer Ehle. That woman, Lady Catherine DeBourg amazingly closely resembled my boss. The grey curtains of hairs, small, at times intimidating eyes, pointy fingers over a piece of paper to check if everything had been done properly. Type matriarch. Though childless, that didn’t matter. A queen. Once she entered a room, with her grand bosom and tall stature, she OWNED the room.
That kind of woman.

She was seated at the head of the table, me next to that. My colleague was sitting on my left and around the table more colleagues.
We just had dinner, as we were about to have a meeting. We always had a meal together before a meeting.
I wanted to get rid of a little bit of air behind my handm quietly.
I’ve always sucked at ‘possible risk-factors’.
It turned out to be a massive belch, carrying some left-over salad which I almost dropped into my boss’ handbag.
She looked at me startled, shocked and, hidden, I also noticed a bit of amazement. My colleagues, however used to my flatulent nature, couldn’t reveil their surprised shock.
My direct colleague then hit my arm, told me ‘behave yourself!’, which I couldn’t blame her for, really.
I said I was sorry, ofcourse, and hid myself throughout the whole meeting behind a piece of paper, hoping nobody would notice my scarlet red cheeks of shame.
It turned out to be a fine meeting by the way. 

 
Leave a comment

Posted by on December 1, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , , ,