RSS

Tag Archives: mening

De Man Die Niet Van Robots Hield

Iedereen is blij als er op een dag een zorgrobot komt meehelpen in de instelling. De robot ondersteunt het personeel en verovert al snel de harten van de bewoners. Zelfs de digitale nepaandacht wordt welkom ontvangen.
Dan komen enkele bewoners van de instelling ineens op mysterieuze wijze te overlijden. Een van de bewoners die helemaal niet gecharmeerd is van de robot, gaat op onderzoek uit. En was dat nou wel zo’n goed plan?

Het verhaal leest tamelijk prettig weg in stijl. Het is echter geschreven in eigen beheer, en dat is te merken. Omdat de schrijver nogal vaak woorden uit elkaar haalt die aan elkaar moeten (spatiegebruik) en er niet vaak genoeg een witregel, ‘enter’ of nieuwe alinea wordt gebruikt, leest het ook heel houterig. Het verhaal, wat als thriller moet gelden en dus een zekere spanningsboog moet hebben om dit voor elkaar te krijgen, mist dit daardoor. Er wordt de lezer geen rust gegund om zaken op zich in te laten werken. Zonde, want slecht is het verhaal niet. Het is wel wat rechttoe rechtaan, maar vooral het ontbreken van leesruimte, helpt niet.

Het boek is opgedeeld in drie delen, waarvan de middelste het lastigst leest. De schrijver verlangt in feite dat u als lezer als een robot ‘denkt’ en ‘voelt’, maar in feite weet je dat een robot nog niet de helft van die zaken die omschreven worden, echt zal denken of voelen. Het is meer de stem van een autist (bijvoorbeeld). Iemand die zaken verkeerd uitlegt omdat-ie het anders niet bevatten kan, zoiets. Het moet het waarom uitleggen van de aard van het elektronische wezentje, maar dat komt daardoor toch niet helemaal uit de verf. Daarnaast spreekt de robot u toe in zowel eigen vorm (‘ik’) als in derde persoon over zichzelf, en ook rustig in dezelfde zin. Dat leest een beetje irritant.

Hoe dan ook, het derde deel maakt het tweede deel wat beter. Dit is vooral te danken aan het feit dat de gewone mensen weer aan het woord komen.

Al met al geen slecht boek, maar ik zou de schrijver toch aanraden om met de opmaak van de tekst aan de slag te gaan. Het komt de leesbaarheid ten goede, en daarmee mogelijk ook de aantrekkelijkheid om het te lezen.

Advertisements
 
Leave a comment

Posted by on July 7, 2017 in Books, Opinion, Uncategorized

 

Tags: , , , , , , , , ,

Sjeumig

Het eerste boek van Pepijn Lanen.

Fraai vormgegeven, zowel door Piet Parra als door de uitgeverij. Heerlijk formaat boek, wat fijn mee te nemen is in een forse jaszak, of anders wel een plaatsje vindt in een rugzak. Tenzij u zo’n saaie ‘ebook’ reader bent, natuurlijk. Ik prefereer zelf het soort boeken waar je het gevecht tegen een houtworm eventueel van zou kunnen verliezen.

Eigenlijk heeft het nog het meeste weg van een sprookjesboek. Voor volwassenen dan. Tot op zekere hoogte zou ik het heel geschikt vinden voor kinderen. Dat is vermoedelijk vanwege de onschuldige persoonsvormen die Lanen heeft gebruikt om zijn verhalen te vormen. Vrijwel geen enkel personage in het boek beschikt over menselijke eigenschappen. Een hert, een woeste bever, een schuimprinses (gevormd uit een biertje), een ei, een stuk brie, noem maar op. Het is zo idioot dat je meteen beeld hebt. Daarin schuilt dan ook meteen de briljante insteek: hij heeft geen gedoe met het blazen van leven in een moeilijk personage, hij heeft à la The Young Ones de koel/voorraadkast open getrokken, en daar speelt het feest zich af. Tenminste, voor de meeste personages, want er komen wel degelijk mensachtige wezens in voor.
Er komt daarentegen wel enig gevloek bij kijken (ontevreden bevers bijvoorbeeld) en daarom toch eerder geschikt voor het wat oudere publiek.

Een genot om te lezen, een echte aanrader!

 

 

 
Leave a comment

Posted by on March 13, 2016 in Books, Opinion, Uncategorized

 

Tags: , , , , , , , , , ,

Hart van Steen (recensie)

Hart van Steen, geschreven door Renate Dorrestein, is het verhaal over de familie Van Bemmel. Plotseling kwam er een vijfde kind bij in het gezin, wat een omslag betekende in het gezin. Het was al even geleden dat er een kind werd geboren.
En dan gaat het ook nog niet goed.

Het verhaal is enorm warrig geschreven. Van de hak op de tak, alinea’s, nieuwe zinnen, hoofdstukken: eigenlijk staat niets op z’n plaats. Briljant.
Op den duur had ik het idee dat ik naar een film zat te kijken, met de figuurtjes zoals ze werden verbeeld. Iemand die echt is en een vraag stelt, op de voorgrond, en ondertussen ziet Ellen, de hoofdpersoon, haar overleden zus in de vensterbank zitten die flauwe opmerkingen naar haar maakt. Waar Ellen op reageert, waarop de persoon die ze daadwerkelijk voor zich heeft, hardop zegt ‘hè?’
Een beetje zoals in de film ‘Girl, Interrupted’, ‘What Women Want’ en zo nog meer films die dit hebben.
Eerder las ik ‘De Gelukkig Huisvrouw’ die eenzelfde soort thema behandeld, maar daarmee is maar één kant belicht. Omdat dat om een eerste kind gaat, is dat ergens ook logisch.

In Hart Van Steen gaat Ellen, zwanger, terug naar haar roots. Ze koopt het huis waar ze in is opgegroeid en neemt fotoalbums door, praat met het dochtertje wat in haar groeit. Zo komt er steeds meer boven van wat er vroeger gebeurd is, en hoe ze dit een plek moet zien te geven in haar nieuwe situatie.

Wel vond ik op den duur het verhaal wat langdradig worden. Juist omdat het als een warboel wegleest wordt je toch wat op de proef gesteld door de zaken die mooi beschreven zijn, maar door elkaar lopen. Je kunt minder genieten van een mooi uitzicht, als je steeds uit moet kijken of er niet wat onverwachts gebeurd. Toch is ook dat de kracht van het verhaal.

 
Leave a comment

Posted by on February 28, 2016 in Books, Opinion

 

Tags: , , , , , , , , ,

Ripper, Isabel Allende (review)

Een totaal ander boek dan ik van Allende gewend ben. In het nawoord valt te lezen dat ze het plan had opgevat met haar man samen een detective te schrijven. Dat kwam het huwelijk niet ten goede, waarna ze solo verder ging.
Wie Allendes’ schrijfstijl kent, kan zich daar, waarschijnlijk, geen detective bij voorstellen. Ik in elk geval niet. Ik kan me eindeloos in de burchten die haar verhalen zijn, verliezen. Relaxed meerijden met een figuur wat ze neerzet, waar praktisch geen concrete geografische  informatie voorbij komt.
Dromerig. In zekere zin, tenminste.

Ripper is in dat opzicht totaal anders. Het combineert Allendes’ gave om een verhaal te vertellen met de elementen van een detective.
Een groepje Ripper-spelers (het is een spel op internet, maar van wat de lezer ervan meekrijgt is het niet zozeer een spel, meer een soort online forum) hebben zich verdiept in een serie ongebruikelijke moorden.
De informatie die ze daarbij krijgen toegespeeld is ongekend groot te noemen. Zelf ben ik niet bekend met dergelijke informatievoorzieningen voor mensen die in principe niks met een politie-onderzoek te maken hebben. Geen idee of dit inderdaad normaal is in de VS, maar mocht dat zo zijn: wauw….geen wonder dat de schreeuw om recht op privacy zo groot is dan?!
Als dochter van een politie-agent snap je nog wel dat Amanda Martin wat meer informatie dan gebruikelijk is, ter beschikking zou kunnen hebben, maar ze heeft niet zomaar info. Complete dossiers. Waarvan ik dan zou denken: doen de collega’s daar niet moeilijk over dan? Of haar vader? Overigens krijgt ze de dossiers van haar opa, maar Amanda’s vader weet dondersgoed dat ze toegang heeft tot die dossiers en ook dat ze die deelt met haar medespelers.

Hoewel de karakters zoals gewoonlijk goed zijn uitgewerkt, krijgt het verhaal als zijnde een detective pas echt op het allerlaatste moment een dosis spanning mee. En dan eigenlijk nog niet echt, omdat het vertellende karakter van Allende haar nog steeds in de weg zit.
Of, om het anders te zeggen: een pageturner zoals Dan Brown is het niet. Dat is de stijl van Allende niet. Ze kan dat kennelijk ook niet. Het blijft haar manier van schrijven die je leest, maar ineens met de elementen van een thriller erbij. Die vooral misplaatst voelen. Want het leest niet lekker weg. Als een trui die er goed uitziet, maar teveel kriebelt.

 

A completely different novel than I’m used to from Isabel Allende. In the back of the book, she explains she’d planned to cowrite this with her husband, but they changed their mind after their marriage was starting to feel unsafe because of it. She continued solo.
Who is familiair with Allendes’ writingstyle, possibly has trouble thinking of a detective to go with that. Well, at least not me. I can loose myself completely in the castles that are her stories. Endlessly drifting away with the characters she puts on display, where hardly any geographical details are given.
Dreamy. In a way, at least.

Ripper is different in that way. It combines Allendes’ gift to tell a story with the elements of a detective. A group of Ripper-players (a game on the internet, but as far as the reader can tell, it’s basically not really a game, it’s a sort of forum) has gathered to solve the mysteries of a series of unusual murders.
Their sources are -I hope- quite unusual. If you’re not involved with a criminal case directly or indirectly. I don’t know if this is how things work in the USA but if it is, I no longer wonder why the rights of privacy are so faught for!?
Being a daughter of a policeman you kind of understand how Amanda Martin can be close(r) to the source, but still: she doesn’t just have ‘a bit of info’. She has access to the complete case file?! Handed to her by her grandfather, but her father (who is the actual officer of the family) knows Amanda has it and also knows she shares it with her peers. I kept wondering if none of the police colleagues were wondering where the files went? 

Though the characters are worked out well, the way the story develops is quite slow. There’s no real tention until the very end. And still it has trouble to take off by then, as Allendes’ writingstyle is simply not like that. Or, to put it differently: it’s not a pageturner the way Dan Brown writes it. Allende is a completely different author of course, and she apparently lacks the ability to make it a real thriller. So it’s her writing style with some elements of a detective. It feels odd to read. The thrilling part never becomes part of your brain. It’s like wearing a sweater you like the look of, that itches like mad.
All in all not a bad book at all, but not as thrillling as you might hope for.

 
Leave a comment

Posted by on July 7, 2015 in Books, Opinion

 

Tags: , , , , , ,

Morgen wordt vandaag (recensie) Ruth Knieper

Dit boek verhaalt over Sara Schouten, nog net geen 18, die in een land/wereld woont waar kinderen en ouders al van jongs af aan gescheiden levens van hun ouders leiden.
De overheid heeft bepaald dat kinderen beter opgevoed kunnen worden door professionals. Dat zijn de ouders niet, dus gaan de kinderen naar een internaat tot ze 18 zijn. De eerste vier jaar mogen ze wel thuis blijven, maar onder begeleiding van een oppas. Op het internaat zijn er Totans die het begeleiden doen. Die wet- en regelgeving van het land in de kinderen stampen. Dat ze volgzaam moeten zijn, de regels/wetten opvolgen en dat werken het allerbelangrijkste is wat er bestaat.
Op een avond is er brand in het internaat. De regels binnen het internaat zijn streng. Voor alles wat niet mag en toch gedaan wordt, volgt straf. Als het licht op de gang uit is, mag je niet meer op de gang zijn. Sara hoort die avond wel iemand op de gang brullen dat er brand is en dat iedereen weg moet, maar ze is zo bang voor straf, dat ze haar belangrijkste bezittingen (geldamulet, brieven voor haar broer, kistje persoonlijke bezittingen) bijeen schraapt en haar toevlucht neemt tot het raam. Zodat ze niet over de gang hoeft, want dat durft ze echt niet.
Als ze uit het raam is gesprongen en ineens merkt dat ze de enige is, besluit ze spontaan te vluchten. Het wordt haar missie om haar broer Mark te zoeken. Die heeft ze al niet meer gezien sinds ze 4 is.

Eerlijk gezegd heb ik het nu al spannender omschreven dan het in het boek voorkomt. De schrijfster heeft het principe ‘schrijven is schrappen’ niet toegepast en zodoende is het verhaal heel, heel traag. Vrijwel elke zin wordt herhaalt. Elke gedachte die Sara heeft lijkt ze hardop uit te denken en dan nog eens uit te leggen. Het boek beslaat zo’n 300 pagina’s en dat is dubbel zoveel als de schrijfster gebruikt zou moeten hebben om het boeiend te houden.
Er zitten betere stukken tussen, maar die beginnen pas vrij laat in het boek.
Er is geprobeerd om een soort ‘The Village’ leven te omschrijven. Ik vermoed in elk geval dat het heel spannend bedoeld is, maar door de continue herhaling van alles valt dat spanningsveld volledig weg. Werkelijk elke zin staat dubbel.
Hoewel ik heb begrepen dat het boek voor 15-jarigen zou zijn, wat gezien een zekere passage in het boek op zichzelf niet overdreven is, betwijfel ik of het verhaal genoeg de aandacht vast weet te houden voor die leeftijdsgroep.

Spannender stukken zitten pas veel meer op het einde, op zichzelf logisch, maar tot die tijd weet het verhaal je ook niet echt te grijpen.
Het gaat eigenlijk puur om de ontwikkeling van Sara die in de wereld terechtkomt waar zij (en met haar alle kinderen tot 18) al die tijd van afgesloten is geweest. Daar heeft het verhaal dan weer niet genoeg impact voor. Er gebeuren zijdelings zaken waarvan je zou willen dat de schrijfster meer doet dan ze alleen ‘aanraken’, maar kennelijk heeft ze daar geen zin in. Als het boek onderdeel uit zou maken van een serie -die indruk heb ik niet- dan zou dit een intro met een redelijke cliffhanger zijn. Daar lijkt geen sprake van te zijn.
Ik denk dat dit boek beter had gewerkt als dagboek. Dan verwacht je ook niet per se heel veel. De eindeloze mijmeringen die Sara heeft zijn dan gewoon onderdeel van haar, niet zozeer van het verhaal. De details die ze geeft en die verder geen toegevoegde waarde hebben, zouden op zo’n moment ook onderdeel zijn van wat haar hoofdpersonage opvalt en bezighoudt. Als verhaal is het echt saai.

Opvallend is ook dat het boek is bedoeld als fantasy, terwijl de namen van de hoofdpersonen hele alledaagse namen hebben. Sara, Ingrid, Marit, Floor. Je fantasie wordt niet erg geprikkeld bij het lezen daarvan. Het enige wat lijkt af te wijken zijn de opvoedmethoden voor kinderen, wat overigens gebaseerd lijkt op het Zweedse model, de manier van betalen en identificeren. Veel meer heb ik in elk geval niet kunnen ontdekken.

 

 
Leave a comment

Posted by on May 11, 2015 in Books, Opinion

 

Tags: , ,

Inspectie, GGD en Kinderopvang

Kinderopvang, GGD en Inspectie hebben, in tegenstelling tot wat je zou denken, niet zo’n beste samenwerking.

In principe verleend kinderopvang de functie van het opvangen van kinderen gedurende de dag als de ouders/verzorgers niet thuis zijn.
Zo begon het in elk geval aanvankelijk. Dan heb ik het wel over de jaren 60. Opgezet om de kinderen simpelweg op te vangen en voor ze te zorgen zolang de ouders dat zelf niet konden wegens werk.

Inspectie is het controlerende orgaan van de kinderopvang. In samenwerking met de GGD. Van beiden wordt verwacht dat zij een oogje in het zeil houden. Misstanden opmerken. De veiligheid bewaken.
De Inspectie en GGD kunnen dit niet zomaar.
Daartoe zijn middelen ontwikkeld om duidelijke resultaten vast te kunnen leggen zodat er gerapporteerd kan worden. Als er iets mis is, moeten ze immers kunnen handelen. Met meetbare zaken. Dan moet je bewijzen hebben. Dit soort tools worden door de Inspectie en de GGD gebruikt om te kunnen controleren of wat er ergens gebeurd, ook klopt. Of wat er beweerd wordt, ook wordt nageleefd.
En of zaken die mis zijn gegaan, voorkomen hadden kunnen worden.
Ook of er zaken zijn die mis zouden kunnen gaan, die preventief verwijderd kunnen worden, danwel voorkomen.

Wat dit in de praktijk betekent?
Een hele berg papieren. Letterlijk.  Als je niks invult, weten zij niks, en gebeurd er dus ook niks met je kinderopvang. Gesloten deuren als resultaat.
Bij een grotere kinderopvangorganisatie zijn het meestal de managers die zich met dit soort papieren bezighouden. Lees: dit door een ‘plusleidster’ laten doen.
Het wordt in een vergadering gegooid wie zich nu weer mag opwerpen om de benodigde vinkjes, schrapjes en kruisjes te zetten buiten diens eigen werktijd (de manager moet namelijk ondertussen naar een vergadering over het in banen leiden van de kwaliteit die er geboden wordt) en zo is zo’n leidster weer een uur of wat armer. Die ze niet aan de kinderen kan besteden, want het invullen van zo’n lijst vereist wel enige concentratie. Wat overigens ook weer betekent dat niet aan het ‘vierogen principe’ wordt voldaan, want ja, je hebt zowaar TWEE ogen nodig om te lezen. Terwijl je voor de kinderen zorgt.
En ja, dat is nodig, want ook op de eigen groepen moeten de werkruimtes aan de eisen voldoen. Ook daar moeten lijsten worden ingevuld. Naast de lijsten waar al moet worden afgestreept wanneer welk speelgoed in de was is gezet, wanneer de bedjes verschoond zijn.

Kinderopvang wil gezellig kunnen zijn, een veilige en warme omgeving.
Een plek waar kinderen, leidsters en ouders/verzorgers zich een veilige weg kunnen banen door het leven dat de maatschappij is. Een kind kind kunnen laten zijn. Een soort extra gezin waar veilig opgroeien, samen spelen, samen delen en leren van en met elkaar, centraal staan.

Inspectie een GGD willen dat er zoveel mogelijk wordt vastgelegd. Immers, zonder deze vastlegging is het niet mogelijk om te controleren of een kinderdagverblijf zich aan de gestelde regels houdt. De hoeveelheid van zaken waarop gelet wordt is door de jaren heen behoorlijk veranderd. Een beetje zoals het boek van Dr Spock door de jaren heen steeds dikker is geworden. Dit is onderhevig aan studies die veranderde resultaten hebben laten zien. Wisselende resultaten. Na elke studie. Het is vrijwel geen jaar hetzelfde. Dus is ook elk jaar de manier van handelen anders.
De Inspectie en GGD baseren zich bij het maken van zijn beleid en formulieren op wetenschappelijk onderzoek. Zou je denken.
In de jaren dat ik zelf op de groep stond, merkte ik bijvoorbeeld dat het Consultatiebureau letterlijk elk jaar wat anders te melden had over bijvoorbeeld borst- en flesvoeding in het eerste jaar.
Het ene jaar mocht het nog in de magnetron, het volgende jaar was niets slechter dan dat. Het ene jaar moesten baby’s onder het jaar borst- of flesvoeding krijgen, om vanaf 12 maanden (1 jaar, ja) over te gaan op gewone koemelk. Het andere jaar moesten ze ineens het liefst tot 2 jaar opvolgmelk krijgen (vandaar die verandering in de schappen in de supermarkt).
Overigens bleef het zo dat de borstvoeding niet in de magnetron mocht. Leuk voor winkels die flessenwarmers verkochten.
Maar dat terzijde.

Afgelopen jaren is er het een en ander veranderd in de kinderopvang.
Deze keer onderhevig aan andere factoren dan de gebruikelijke onderzoeken.
Door de crisis, die een omslag teweeg heeft gebracht in de werkwijze van kinderopvang, maar ook door de Zedenzaak, is er nog veel meer veranderd dan gebruikelijk is.

Ouders zijn niet langer de factor waar het werk van afhangt.
Dat is Inspectie geworden, met de GGD.
Die willen dat leidsters alle papieren hebben om zich ervan te verzekeren dat de leidsters binnen de door hun goedgekeurde instelling ook daadwerkelijk de juiste kennis hebben. Op zichzelf niet zo vreemd, maar de oude papieren voldoen ‘ineens’ niet meer.
Voorheen was SPW3 de norm om op een groep te staan. Inmiddels heb je ook een VVE-certificaat nodig. Die je alleen kunt behalen als je al werkt. Is niet via een ander opleidingsinstituut te behalen. Leuk voor hen die tijdens de crisis zijn ontslagen, nu werkloos thuiszitten. Kunnen niet meer terug. Want geen VVE certificaat.
En men heeft toch nog liever een HBO-papiertje, want dat bewijst dan dat leidsters toch wat meer hersens hebben. Terwijl HBO-ers zich snel zullen vervelen om als leidster op de groep te staan. Geen kinderen met bijzondere behoeftes, gewoon opvang.
Een VOG verder nog om er zeker van te zijn dat je een gedegen werker voor je hebt- terwijl de Zedenzaak nu juist heeft laten zien dat VOGs GEEN ENKELE toegevoegde waarde te hebben. Het is heel leuk als je zo’n papiertje in handen hebt, maar Robert M kreeg ‘m ook. In theorie zou zelfs Dutroux dat papier hier gekregen kunnen hebben, als zijn handelen niet zulk wereldnieuws was geworden. In die zin heeft de EU hopeloos gefaald, wat mij betreft. Waarom alleen financieel de handen ineen slaan, als justitieel zoveel leed voorkomen zou kunnen worden?

Inspectie lijkt hoe dan ook overtuigd te moeten worden van de goede bedoelingen van leidsters en hun managers. Ineens is iedereen op voorhand schuldig, tenzij bewezen van niet. Terwijl de beveiliging eerder, in vorm van VOG en diploma, heeft bewezen niet te werken. Weliswaar was het er maar eentje, maar Robert M heeft wel bewezen dat een VOG alleen zin heeft als die op Europees niveau nagetrokken wordt.

Op dit moment mogen baby’s tot een jaar maar 2 verschillende gezichten zien op een dag. Zogenaamd om de verwarring niet te groot te maken. Terwijl het ook tijdens de Zedenzaak is gebleken dat het prima is om er nog een kracht bij op de groep te hebben. Meer controle, tenslotte.
Gezien bovendien het feit dat er kleine crèches zijn die het hoofd boven water proberen te houden door een grote groep te hebben met bijvoorbeeld 3 of 4 leidsters, is het voor dit soort locaties al nagenoeg onmogelijk om aan zulke regels te voldoen. Ik me af waar de Inspectie deze regel vandaan heeft gehaald.
Een kinderopvang functioneert, in de regel, als een soort groot gezin. Afhankelijk van of het een verticale groep is (leeftijden van 0 tot 4 door elkaar) of een horizontale ( leeftijden van 0 tot 1, 1 tot 2 etc bij elkaar): hoeveel gezichten denken de Inspectie en de GGD dat een kind sowieso ziet op een dag? Er zitten andere kinderen in zo’n groep. Sommige kinderen worden twee dagen, andere drie dagen en weer een ander vier dagen gebracht. Per dag zijn er, bij goede bezetting, toch zeker gauw zeven kinderen op zo’n groep te vinden, vaak meer.
En ja, ik weet dat het gaat om het onderscheid tussen volwassenen en niet-volwassenen, maar voor een baby maakt dit niets uit. Op die leeftijd (tot 12 maanden) ben je je niet bewust van waar je zelf ophoudt en de ander begint. Elk ander gezicht is er eentje. Een kind maakt niet specifiek onderscheid tussen ‘groot mens’ en ‘klein mens’. Dus waarom zo moeilijk doen? Vooral ook omdat een kind zelfs thuis veel meer verschillende gezichten ziet dan de GGD kennelijk gezond acht?
Om het moeilijk doen? Om krampachtig de controle vast te houden die eerder al verloren was?
Het lijkt erop.

Inspectie, moet u bedenken, komt hooguit 2 keer per jaar langs. Meestal 1 keer. Als er zaken in de papieren niet kloppen, trekken ze aan de bel.
Lijsten vol zinnen als: ‘een kind valt van de trap en heeft een hersenschudding’ of ‘een kind eet een van een plant van begint te braken’. Je mag op zo’n moment niet invullen dat de kans daarop ‘niet aanwezig’ is. Alleen als je geen trap hebt. Of geen planten.
Naar aanleiding van alle zinnetjes die daar in beschreven worden, moet ook een actieplan voor elke regel worden opgesteld. Alsof je een toets doet, bijna. Letterlijk voor elke zin moet je opschrijven wat je zou doen, als er inderdaad een kind van de trap valt, van een plant eet, een bult valt, etc.
Elk jaar opnieuw. Want de Inspectie komt elk jaar langs.
Elk. Jaar. Opnieuw. Invullen.

Aan ons als leidster werd tijdens zo’n  Inspectie gevraagd hoe het ervoor stond op de groep. Hoe lang we alleen stonden op de groep aan het begin en aan het einde van de dag. Vervelende was dat wij op den duur ons rooster aan moesten passen, omdat het niet aan die richtlijnen voldeed, terwijl het qua tijden wel klopte. ‘s Ochtends begonnen er twee om 7:30, die werden om 9:30 bijgestaan door hun collega van die dag. Om 16:00 vertrok de vroege diensten, terwijl de late diensten tot 18:00 de deuren open hield. Er mocht niet meer dan 3 uur alleen worden gestaan, werd er toen gezegd.
Het feit dat dat ene uur niet door dezelfde leidster werd gewerkt, maakte niet uit. 3 uur was de norm. Het waren er bij ons 4. Dus moesten de vroege diensten ineens een half uur langer blijven.
Die ze niet uit kregen betaald. Ja, wel in overuren opbouw, maar we hebben er nooit een cent van teruggezien. Dank je wel, GGD en Inspectie! Ik ben er zeker van dat die stap echt heel nuttig was. En denk nou niet dat dat anders opgelost had kunnen worden: dan kent u de manager nog niet. Die kwam overigens daar tussendoor binnen. Meestal 8:30. Twee keer in de week.

Toen ik er nog werkte, was er een inspectrice die dol was op onze locatie. Uiteraard ging ze haar boekje met af te vinken bolletjes en streepjes keurig langs. Uiteraard kregen we hier en daar moeilijke vragen of de intimiderend hoog opgetrokken wenkbrauw, maar ze zei altijd: ‘ben je gek, ik ben zo dol op jullie, ik zou het hier niet willen sluiten’. Prettig en vleiend, maar niet objectief.

De beste Inspectie die ik ooit heb gehad, was op een vrijdagochtend, rond een uur of 8. Midden tussen de ouders. Ik was bezig kinderen te ontvangen voor die dag, er was een bestelling niet doorgekomen en de kinderen van beide groepen vlogen om me heen als een bende wild geworden stuiterballen in een jampot, omdat het stormde buiten.
Het jaar waarin de kinderopvang een vogelvlucht maakte en de locaties als paddenstoelen uit de grond schoten. De locaties die met het inzetten van de crisis overigens ook als eerste vielen.

Ze stond daar, niemand wist ergens van. We moesten ons trucje laten zien. Instant gilzenuwen. We redden het. We waren namelijk gewoon goed.

 
Leave a comment

Posted by on April 6, 2015 in Opinion, Projects

 

Tags: , , , , , , , , , , ,

Uitzendbureaus / Temp agency

Het is crisis.
Ik solliciteer me suf. Al jaren.
De markt zou aantrekken.
Ik reageer op alles wat los en vastzit. Dat vinden werkgevers niet leuk. Die willen gemotiveerde mensen voor hun niche. En hebben ook maar vast bedacht dat wie op alles reageert, daar niet onder valt.
Het zal u verbazen, werkgevers van Nederland, hoe gemotiveerd kansloze werklozen zijn. Dat is iedereen boven de 18. Fijn dat ‘voor een dubbeltje op de eerste rij zitten’ het motto schijnt te zijn.
Ondertussen is het landschap in uitzendland ook ernstig veranderd. Kon je voorheen prima via het uitzendbureau je werkervaring wat opkrikken, zo lastig is het nu.
Toen ik als 18-jarige mijn diploma SPW4 op zak had, stapte ik het eerste beste Randstad Uitzendbureau in mijn stad binnen en schreef me in. Nadat de nodige paperassen onder m’n neus waren geduwd, ik mijn diploma had laten zien, paspoort, bankpas, en alles van een krabbel was voorzien, had ik de dag erop volgend werk.
Naar huidige begrippen rap te noemen.
Ik kreeg een week lang elke dag een telefoontje waar ik me nu weer mocht komen melden om een dienst te draaien. Daarna stapte ik over op vast werk in dat werkveld.
Zo geschiedde.
Ik had werk. Perfect.

Dan solliciteren anno nu…
Internet staat strak van de vacatures. Werkelijk strak.
Uitzendbureaus bellen je niet meer, jij moet de site maar checken. Je hoeft het woord ‘vacature’ maar in een zoekmachine te tikken en je beeldscherm braakt een lijst uit waar menig anorexia-patiënt jaloers van wordt.
Bovenaan de sites die vacatures voor je verzamelen. Nutteloos. Geen van die ‘verzamelsites’ wordt namelijk bijgehouden. Toch zijn net die sites de eerste die je ziet.
Dankzij de mogelijkheid om je bovenaan te kopen in die zoekmachines tegenwoordig.
Zucht.
Voordat je door die meuk heen bent (beeld je even in dat je in zee zwemt en eerst door een aantal meter plastic zakken, flesjes, zeewier en kwallen heen moet worstelen), ben je het spoor van de vacature waar je aanvankelijk naar zocht al lang en breed kwijt.
Fijn.
In uitzonderlijke gevallen stuit je op een vacature waarvan je denkt: dit is me op het lijf geschreven. Meestal is het namelijk ‘vooruit, dat kan ik ook wel. Denk ik’.
In zo’n geval druk je op de misleidend getitelde ‘solliciteer direct’ knop, ergens onderaan.

Dit is de bitch onder de knoppen.

Er is in geen enkel geval sprake van ‘direct’.
‘Direct’ is als je een slagaderlijke bloeding hebt en een arts je arm afbindt met het eerste beste wat-ie tegenkomt, zo je leven redt.
Dat is ‘direct’.
Dit is zoiets als de ‘algemene voorwaarden’ moeten doornemen voordat je op ‘OK’ klikt. Maar dan wel andersom: zou je ze even allemaal ter plekke zelf in willen vullen AUB?
De bijbel overtikken gaat sneller.
Want denk niet dat het stopt bij het gewoonlijke ‘naam en adres’. Ondanks dat alle sites een aparte ‘box’ hebben om je CV te uploaden, kan je beter een foto van je moestuin uploaden. Of van je oma.
Je moet je gehele CV namelijk alsnog invullen. Ik ben nog geen site tegengekomen die uitlegt waarom ze EN je CV willen EN dat je die daarna alsnog over de vele verschillende balkjes en knopjes verdeeld.
Enfin. Invullen dus.
In een tijd waar je aan alle kanten gewaarschuwd wordt dat het invullen van je paspoortgegevens, ID-kaart, bankpas en wat al niet meer, uitsluitend is weggelegd voor de Belastingdienst en Overheden, wordt je door deze sites toegang geweigerd als je die gegevens niet invult.
Is een uitzendbureau dan de Belastingdienst of een Overheid?
Nee. Gewoon, nee.
Het gaat hier namelijk over een vacature. Niet over een contract. Maar zonder het invullen van deze gegevens kun je ook niet solliciteren via de ‘solliciteer direct’ knop.
Daarnaast vind ik het raar dat de werkgever zijn mogelijk toekomstige werknemer WEL in bek mag kijken (hij weet nu waar je huis woont, je bed slaapt, je bank huist, je burgerlijke staat en je gezinssamenstelling), maar andersom niet. Sterker nog, de vacatures zijn vaak uiterst vaag over het bedrijf waar het om gaat. ‘Een van de grootste Zorgverzekeraars van Nederland’, staat er dan. Wie dan, of wordt dit een soort ‘Blind Date’?
Het is wel vaak net of je solliciteert in een Dark Room. En dan niet het soort waar foto’s worden ontwikkeld (ik zeg het maar even).

It’s a crise.
I have been jobhunting. For years.
Supposedly things are getting better.
I respond to anything and anyone. Employers don’t like that. They want motivated people for their niche.
It might surprise you, employers, how motivated chanceless unemployed people are. That’s everybody over 18 years of age. Employers like to pay zit for sitting front row.
Meanwhile, the landscape in temp-agencyland has severely changed, too. Before, one could step into a temp agency to simply gain some work experience. It’s far more difficult now.
When I got my degree in Children’s Daycare I    walked into one of those temp agencies and enrolled.
After filling out a pile of papers being passed by, showing my degree, filling out taxpapers, my financial details and so on, I had work the next day.
For a week I received a phonecall daily to tell me where I could work for that day. After that, I went for a steady job in that same workfield.
I had work in no time. Perfect.

Then jobhunting now.
Internet is loaded with job vacancies. Really loaded.
Temp agencies no longer phone you, you have to check the website. All you have to do these days is type in the words ‘job vacancies’ in any search engine and your screen barfs a pile of links that would make an anorectic jealous.
Amongst those links, sites which gather job vacancies for you. Quite useless, as most of these sites aren’t even a little up to date. Their place on your page?
On top.
Before you’ve gone through all of those links (which is like swimming in the ocean, having to pass through plastic bags, bottles, jellyfish and god knows what), you’ve lost track of the job vacancy you were after.
Nice.
In exceptional scenarios, you stumble upon a vacancy that’s actually suitable, right up your alley and so on.
Most of the time it’s more: ‘Ok, let’s do this. I can, really. I think’.
In cases like that, one pushes the misleading button ‘apply now’, somewhere down the page.

It’s the bitch of buttons.

There is no ‘apply now’.
‘Now’, would be, if you suffer from an arterial bleeding and a doctor immediately rips something to shred to safe your life.
That’s ‘now’.

This is more, having to read the ‘terms&conditions’before clicking ‘OK’, but then the other way around. You have to type it down yourself, at that moment, please?
Typing down the bible will be less time consuming.
Because don’t think it’ll stop after ‘name and address’. Even though all sites have a seperate box that says ‘upload resume’, you might aswell upload a picture of your vegetable garden. Or your grandma. 
You have to fill out your resume after that anyway. No idea why.
I haven’t encountered a site that actually explained WHY you have to upload AND your resume AND fill it out over all the millions of fields on display.
Anyway. You do that.
In a time where one is warned quite often that copying a passport, bankpasses, ID-cards or anything like that, isn’t for anyone but the Taxes or Governmental institutions, you’re not able to use these websites without that info.
Is a temp agency a tax Office?
No. Just, no.

This is a job vacancy. Not a contract. Without filling out the information to these questions, you cannot apply for the job through this ‘apply now’ button.
I find it very odd that a perhaps future employer CAN know everything about his/her perhaps future employee (he now knows where your house lives, your bed sleeps, your bank gives money, your marital state, the size of your household), but you -regularly- don’t know anything about him/her. As the vacancy is usually very vague about that: ‘One of the largest Care companies in the country’. So, which one is it then? Or are we on a Blind Date here??
Often, it’s like applying for a job in a Dark Room. And not the kind that develops photographs (just saying).

 
Leave a comment

Posted by on December 24, 2014 in Daily life, Opinion

 

Tags: , , , , , , , ,