RSS

Tag Archives: vader

Vestdijk vs mijn vader

Mijn vader, inmiddels gepensioneerd, mocht ooit graag de advocaat uithangen. Niet het soort advocaat die er een bedenkelijke reputatie op nahoudt of die je graag haat (dat is Strafrecht, meestal), maar de prettige soort.

Als tiener in geldnood mocht ik graag bij hem aankloppen: wie doet dat niet? De grap bij mijn vader was dat dat geld inderdaad gegeven werd, maar wel pas na een dag of wat secretaresse spelen op zijn kantoor. Dus telefoon aannemen (yikes, Uitermate Beleefd En Formeel Spreken), post behandelen en brieven uittikken met de dictafoon. Geen vervelend werk, met die dictafoon, maar ik moest er wel handigheid in ontwikkelen. Het pedaal ervoor lag onder m’n bureau (‘wat nou, modern, wilt u zich ogenblikkelijk terug in de tijd spoeden, aub?!’ brulde de keuken me in jarenzeventigkleur toe). De dictaatbandjes kwamen via een houten knijper in de gang van de bovenste verdieping naar beneden zeilen, alwaar ik werd geïnstrueerd wat er getypt moest worden.

Makkelijk zat, toch?

Natuurlijk was ik wel gewend aan het formele woordgebruik van mijn vader. Een doodenkele keer gebeurde het thuis ook weleens, dat hij zakelijk gebeld werd. Drie verdiepingen hoger konden we hem dan nog horen. Het had niets met huiselijke sfeer te maken.
Ik moest zinnen meer dan eens tot een keer of twintig terugspoelen, voordat ik doorhad dat het gezochte woord kennelijk ‘vigerend bestemmingsplan’ was, en niet ‘negerend’, zoals ik aanvankelijk meende te horen. Ik vermoed dat mijn vader zich smakelijk heeft vermaakt bij de eerste briefjes die ik fabriceerde met zijn dictaten. Nooit een moment ‘hmm misschien moet ik duidelijker praten?’ van zijn kant, gewoon de suggestie: ‘je weet dat je de snelheid van de bandjes aan kan passen?’ hij wenste zijn manier van praten aan te houden, alstublieft dankuwel. En ik had er nooit bezwaar tegen, dat moet gezegd. Ik deed braaf alsof ik een secretaresse was, ik kreeg mijn loon en ik kon weer kopen wat ik wilde.

Toen las ik een paar weken terug een column van Sylvia Witteman. Neehee, niet die waar iedereen vervolgens over struikelde (wat een overdreven gezeik was dat trouwens! De reaguurders, niet Sylvia Witteman: een mening is een mening, iemands echtgenoot erbij halen omdat dat jou goed uitkomt voor het argument is niets meer dan een zwaktebod van jouw kant) (maar dat geheel terzijde).
In haar column had ze het over Simon Vestdijk en de Anton Wachter-serie.
Ik ben opgegroeid in een huis met boeken (en tot op de dag van vandaag krijg ik een eng, leeg gevoel als mijn eigen huis niet ergens een goede bibliotheek bezit) en mijn vader had zich op een goed moment tot doel gesteld om alle boeken van Vestdijk bijeen te verzamelen. Zodoende leek de column van Sylvia Witteman me hét moment, om hem eens aan zijn niet-bestaande snorharen te trekken, of ik het boek waar ze het over had, (‘De Vrije Vogel En Zijn Kooien’) lenen mocht.
Geen probleem.
Zo kon het gebeuren, dat ik, al lezende, ineens zo’n stuk van die kantoortijd, waarin ik als hevig versufte tiener, want hemeltjelief wat waren die wetteksten dróóg en wat begreep ik geen fluit van waar mijn lieve vader het in vre-des-naam over had met z’n vigerende bestemmingsplannen, overbewinkelingen en noem het allemaal maar op. De ene komma was nog niet geweest en desperaat wachtte ik op de punt die toch érgens volgen moest en maar niet ten tonele verscheen.
Bij ons thuis mochten we diPapa graag plagen met z’n gebruik van het woord ‘reeds’, omdat we ook Wim T. Schippers fan waren, dachten we, dat hij dat van Sjef van Oekel had gejat. Hij hield dat beeld graag in stand.
Maar nu, lezend in Vestdijk, ging me ineens een licht op.
Ik belde hem zodoende en zei: ‘het was altijd al Vestdijk he, niet Van Oekel?’
‘Dag schat, wat leuk dat je Vestdijk leest’, sprak hij grijnzend.

 

Advertisements
 

Tags: , , , , , , , ,

Dodenherdenking

Om in de tijdgeest van Dodenherdenking te blijven: twee brieven uit de oorlog, van families die er qua geloof buiten stonden, maar er natuurlijk middenin zaten.
De eerste is van een de getrouwde dochter die haar ouders schrijft, de tweede van die ouders. De brieven dateren van verschillende momenten, zijn geen antwoord op elkaar. Ik heb de spelling van nu gebruikt.

“Vlaardingen 25 Febr ‘41

Liefste vader en moeder,

‘k Zal er maar eens even de tijd voor nemen om terug te schrijven. Want ik heb het druk. De dagen vliegen voorbij en dan is er dit en dan weer dat. Tante Saar zodoende ook vergeten en Ome Dies wist ik niet. Als er zich nog eens zoiets voordoet moeder, moest jij maar een bloemetje voor me bestellen in Goes, want jij hebt op ’t ogenblik niet zo veel aan je oren als ik.
Ik breng Tonnie en haal hem op de fiets van z’n school. Hij voelt er zich thuis of hij er altijd geweest is. ’t Is een lust om hem zo te zien genieten, maar ’t is voor mij een hele toer want hij is zwaar hoor en ’t is een heel eind. Jo zal misschien wel al geschreven hebben. Hij stond Vrijdagmiddag 12 uur onverwacht voor onze neus. Dadelijk mee aangepapt dat begrijp je. Zondagavond weer weg. ’t Was gezellig. Het is z’n plan de Paasvakantie bij ons door te brengen vanwege het werken aan zijn examen. Toontje bracht al 2 prenten mee, die hij zelf geplakt heeft. Een sluit ik hierbij in voor Oma Moeder.
Er worden hier verschrikkelijk veel mensen weggehaald. Maandag 43. Dinsdag ook weer. Waarvoor weet ik niet. Ze mochten niet eens afscheid nemen en zonder bagage of verschoning weg.
Adje is weer helemaal beter. Oma Vos maakt het ook zo goed en heeft nog steeds in kwartiezuing.
Jo vertelde dat vader naar Den Haag ging en misschien nog aan koren maar niet gezien.
Wanneer ga je naar Frankrijk vader? Schiet maar gauw op, want ’t is zo ’n beetje de stilte voor de storm denk ik.
Vanavond is ’t hier weer bijeenkomst.
Ik zal zeker wat rozijnen sturen, voor een papa heer tegelijk en dan geef je ze zelf maar, alsjeblieft moeder we verrekenen het later wel. De jas zal ‘k betalen, maar ‘k weet niet goed meer hoeveel het was. Misschien weet Adje het wel. Nu geliefden, tot de volgende keer. Houdt je taai. Veel liefs van ons allen en van jullie Ma
Ps Er is hier nog een klant die naar oester vroeg. Waarschijnlijk Honders. Zijn er nog?”

“Yerseke, Woensdag n.m. 7 uur 27/4, 1944

Lieve Allemaal,

Jullie brief van 5 Sept ontvingen we 12 Sept we hebben helemaal niet meer teruggeschreven omdat we hoorden, dat vervoer enz gestaakt was. Nu horen we echter, dat af en toe nog enkele brieven per fiets etc vervoerd worden, dus wagen wij een kans. We maken het gelukkig best hoor, zitten midden in het krijgsrumoer, veel gevlieg, afweer een vliegtuig neergekomen in de moer, nogal wat bommen op de Laren en omgeving. Ook één op de put van ons (duikersluis) en +_ 12 meter steiger weggeslagen, 3 huizen schuttershof, een paar loodsen en de helft van de loods (kuiperij Blieck en onder aan de dijk bij Ome Bram alle ruiten kapot. Elektriciteit al meer dan 3 weken kapot, waterleiding idem, gas slechts van 7 tot 9 uur ’s m. en 10 t 1 uur ’s middags en ’s avonds van 5 tot 7 uur dus zitten we bij een petroleumlamp daar we gelukkig nog wat olie hebben. Enorm veel is hier uit Frankrijk en België gepasseerd via Vlissingen en Hoedekenskerke bij Kole woont in Baarland en houdt ’t spreekuur te Kwadensdamme een bom van 2000 kg bij het kerkhof verwoeste zijn huis dwz plafond spreekkamer naar beden en grote scheur in ’t huis. Kole is vorige week even geweest. Hier was slechts één dode de vrouw van Gerrit Bos 83 jaar oud en voorts nog enkele gewonden. In Breskens 110 dood en 45 gewond (een zoon van Hovestad (Dirk) die vroeger monteur was bij Reitsma was daar ook bij de doden in Breskens, ook Axel, Vlissingen, Biggekerke enz moeten nogal doden gevallen zijn door bombardementen.
Er is hier veel fruit afgestormd en verder is het nu niet te vervoeren, dus kun je plenty krijgen. Ik hoop, dat de brief jullie mag bereiken. Veel kussen en beste wensen en groet je liefh vader.
Uitgezonderd boter gaat het met het eten goed hier.

(zelfde papier)

Lieve Allemaal, Je vader heeft zo wat alles geschreven. Hoe gaat het jullie? Wellicht ontvangen je deze brief wel niet maar we proberen maar eens. Gisteren is er een auto uit Rilland gereden naar Schiedam om geul en naar Vlaardingen om boter. Die is hier voor geen f100 te krijgen. Ik eet vet met olie en melk door elkaar en je vader een beetje van de karn. Aardappelen en groente hebben we genoeg. Overige levensmiddelen zeer schaars. Alles ligt stil. Geen school geen kerk. Ieder ogenblik jagertjes waar de afweer op schiet. Er heeft hier ook van dat zware met als in Vlaardingen gestaan maar daar er geen elektries is is het nu weg. We zitten met een petroleumlamp. Vannacht weer veel jagertjes: ook nog een bom in ’t gat waar mossels liggen gegooid. Wat heeft dat nou voor nut. ’s Nachts overal lichtkogels maar ik kom er niet voor uit ‘t bed. We hebben een paar keer het benauwd gehad toen de boten in de kaai beschoten werden. Bram slaapt nu weer thuis. ’t Schiet slecht op hè! Ik denk dat we er nog voor eerst niet vanaf zijn. De gasfabriek heeft nog voor 2 weken kolen. De kolenhandelaars hebben heuse kolen aan de bakkers moeten afstaan. Kunnen jullie Jo bereiken stuur dan de brief maar door. We zitten hier afgesloten voor de buitenwereld. Wat denk ik dikwijls aan jullie en kijk dan maar naar de foto. Je bent wel in tijd geweert. Ik zorg zo een beetje voor het eten maar ben gauw moe. Zou Dirk niet per fiets naar hier komen? Ik zie Lee wel eens voorbij komen. Door binnen wegen is het van af Bergen op Zoom wel te doen. De Rotterdamsche bank is in weken niet geweest zo dat velen bijna zonder geld zitten. Wij kunnen gelukkig bij Gerard van Oosten voorschot krijgen omdat we daar stukken gekocht hebben. Nu geliefden in gedachten veel kussen en omhelzingen ook voor de jongens. Hopende op een spoedig wederzien. Wat zou dat een vreugde zijn. Bogaards hoort zeker ook niks uit Zuudrande? Verleden week reed er nog een vrachtwagen voor bij met D waar op stond de Hullens Zuudrande. Er wordt ook hier alles weg gehaald wat rijbaar is. De dr en zuster rijden met een rode kruis vlag aan hun fiets. Nogmaals het beste toegewenst. Je liefh moeder
Tante Saar geeft een brief van Jan uit Den Haag ontvangen van 7 Sept”

 

In the timespirit of Holocaust memorials, here are two letters that were written during the war, by families that were, religionwise, outsiders, but even still they were part of the picture as a whole.
The letters are written by a married daughter to her parents, and a letter of her parents to her. The letters are of two different occasions, they are not a response to one another. It’s just two random moments during the war. I did apply today’s spelling to the letters. I used the original Dutch names of the places where things happened.
I chose to share them as they give quite a powerful image of how things were at the time. 

‘Vlaardingen, 25 february ’41

Dearest Mom and Dad,

I will finally take the time to write back. Because I’m quite busy. The days fly by and then this happens and then that. Aunt Saar I forget and I didn’t know about Uncle Dees. If something like that happens again, mother, you should order some flowers from me in Goes, because you’re not so busy as I currently am.
I bring Tonny and get him off school by bike. He feels at home like a fish in water. It’s so good to see him quite so happy, but it’s quite a tour and he’s quite heavy, so it is quite some work to get him there. Jo may have written to you by now. He unexpectedly appeared on Friday, 12 o’clock. Immediately did a catchup, you’ll understand. Sunday evening gone again. It was a good time had. He plans to spend his Easter holiday with us to work for his exams. Tonny has already presented us with two imprints he made himself. I’ll add one to this letter for Grandmother Mother.
There are huge amounts of people being collected here. Monday 43. Tuesday again. I don’t know what for. They weren’t even allowed to say goodbye, or pack some luggage or any refreshments.
Adje is much better again, up to shape. So is grandma Vos.
Jo told that father is going to Den Hague.
Are you still going to France, father? You should make a hurry with it, because it’s the quiet before the storm, I think.
Tonight there will be another meeting.
I will send you some raisins, mother, we will make the bill up later, it’s no problem really. I will also pay for the coat, but I can’t remember quite how much it cost? Maybe Adje knows. Well, hope to see you soon my loves. Stay strong. Love from all of us and you Maatje.
ps.s there was someone here asking for oysters. Are there any left?’

‘Yerseke, Wednesday afternoon 7PM 27/4, 1944

Dear All,

Your letter from September 5th we received the 12th Sept we haven’t written because we had heard that transportation etc had been discontinued. But now we heard that every once in a while, letters are being delivered by bike and so, we are taking a chance aswell.
We are thankfully quite alright, are in the middle of the martial noise, many planes, one got down somewhere close, quite some bombs on Laren and surroundings. Also one on a well of ours (diver lock) and about 12 meters of pier gone and 3 houses of Schuttershof, a few storage rooms and half the storage (coopery Bliecker and under the dike at Uncle Bram all the windows went bust. Electricity has been down for three weeks already, just like water and we only have gas from 7 to 9 AM and 10 to 1 at noon and from 5 to 7PM at night, so we’re seated with a paraffin lamp as thankfully we still have a bit of oil. Very much here has passed from France and Belgium through Vlissingen and Hoedekenskerke. Kole lives in Baarland and keeps his doctor’s practice in Kwadensdamme. A bomb of 2000 kilograms on the cemetery destroyed his house: the ceiling of his office came down and landed in the waiting room. Kole did visit for a bit last week. There was only one dead here, the wife of Gerrit Bos, aged 83 years, and some wounded. In Breskens 110 deaths and 45 wounded (a son of Hovestad (Dirk) who used to be a machenic at Reitsema. In Breskens, Axel, Vlissingen, Biggekerke etc should have lots of death victims due to the bombarnements. Lots of fruits have been blown off the trees and there’s no way to transport them right now, so they are easy to get a hold on. I hope this letter reaches you. Many kisses and well wishes, your loving father.
except for butter we are doing well here.
(same paper)
Dear All,
your father has written nearly all already. How are you doing? You might not receive this letter, but we thought we just try. 

 

 

 
Leave a comment

Posted by on May 4, 2016 in Daily life, Uncategorized

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Sterke genen/ Strong genes

Jaren geleden, bij het overlijden van mijn oma van vaderskant, gebeurde het al eens. Dat mijn oom (van moederskant) me aanstootte en fluisterde:
‘Zeg, help me eens even om hier wijs uit te worden; waarom lijken er hier veel meer mensen op jouw vader dan waar ik mee bekend ben?!’
Ik legde daarop vlug uit dat wijlen mijn opa twee keer getrouwd was geweest. Op één kind na hebben al zijn nakomelingen (acht totaal) hun uiterste best gedaan zoveel mogelijk op hun vader te lijken. En dus op elkaar.
Dat leidt tot verwarring als je je niet bewust bent dat er twee verschillende gezinnen waren.

Nu bijna een herhaling. Dit keer zonder de betreffende oom die om uitleg vroeg.
De halfbroer van mijn vader overleed. Dienst en plechtigheid in een kleine kapel. Tussen de modderige voetbalveldjes. Parkeerplaats vinden voor de deur of iets droger bleek onmogelijk. Een veld vol plassen.
Bekende gezichten zien, zonder ooit echt kennis te hebben gemaakt. Wel ongeveer van elkaars bestaan weten. Opmerken dat de dochter van de overledene toch wel héél veel lijkt op je eigen tante. Eén gezicht. Het is bijna eng.

Een klein zaaltje. Een kist met een foto, omringt door vazen met veldbloemen. De kinderen links, de kleinkinderen rechts. Daaromheen de overige genodigden. Waaronder wij, die andere kant van de familie. Die uit respect en nieuwsgierigheid waren gekomen. Nieuwsgierig naar familiebanden waar we nooit zo bij zijn geweest. Vanwege de echtscheiding die er destijds heeft plaats gevonden.
Mijn opa scheidde van zijn eerste vrouw, waar de overledene een kind van was, en ging verder met mijn oma.

Beide kinderen van de overledene spraken. Dochter tamelijk kort en wat afstandelijk. Duidelijk is dat ze haar vader accepteerde zoals die was en van hem hield op haar eigen manier.
‘Ik zou geen andere vader gehad willen hebben!’ besloot ze krachtig.
Zoon had meer te vertellen over zijn vader, die kennelijk nogal een knutselaar was (‘geen pvc-buizen voor de elektriciteit, maar tuinslang, want dat was goedkoper’, ‘van een fotostatief maakte hij een schildersezel’, ‘autobanden bewaarde hij, want daar kon je schoenzolen zo mooi mee repareren’). Ondertussen ook dat vader niet altijd de meest voor de hand liggende oplossingen voor problemen had (‘van de eettafel kon weken niet gegeten worden, omdat pap daar de motor van zijn auto op had gelegd. Die was hij aan het repareren’, en ‘de caravan paste niet goed in de garage, dus groef hij met een spade een deel van de vloer eruit, zodat het wél paste’…).

De echte dikke tranen kwamen bij de kleinkinderen, die het simpelweg niet droog hielden tijdens hun voordracht.

Het is merkwaardig zoveel herkenbare zaken tegen te komen op de begrafenis van iemand met wie je nauwelijks kennis hebt gemaakt. Een liefde voor uien, bijvoorbeeld. Het altijd bij je dragen van een zakmes. Het eten van hele knoflooktenen en zeggen dat dat ‘heel gezond is’ (dat is kennelijk een familie credo!?). Het eindeloze knutselen als zaken niet werken op de manier die je voor ogen had. Het doornemen van complete handleidingen vóór je ergens mee aan de slag gaat. De liefde voor fietsen. De liefde voor de natuur. En zo nog meer zaken.
We hebben allemaal dezelfde achternaam. Het bond nu meer dan ooit.

De verhalen over de scheiding zijn verschillend. Zo heb ik zelf vernomen dat de eerste vrouw van haar man af wilde en hem dus maar koppelde aan degene die mijn oma zou worden. De tweede vrouw. Of dit waar is, geen idee. Wat wel duidelijk is, is dat de eerste vrouw na de scheiding boos was. Ze hertrouwde, maar koesterde wrok. Het was kiezen óf voor haar, óf voor haar ex.
Zelf heb ik nooit geweten dat ik kennelijk bij ‘het andere kamp’ behoorde, omdat ik onderdeel uitmaak van de familie waar deze eerste vrouw zo de pest aan leek te hebben. Niet dat ik er last van heb gehad. Haar eigen kinderen des te meer. De oudste was bovendien met het broertje van de nieuwe vrouw getrouwd. Dat hielp niet.
De overledene was nog wat te jong om te beseffen dat wat zijn moeder over zijn vader vertelde, vaak niet waar was. Als tiener is dat ook lastig, me dunkt.

Ik sprak met de dochter van de overledene, die me duidelijk maakte dat ze altijd al wel meer contact met de rest van de familie had gewild. Ze bedankte ons hartelijk voor onze komst, enkele keren zelfs.

Wij stapten het vieze veld weer in, met modderige schoenen.

Years ago, at the funeral of my grandmother from father’s side, it happened. My uncle (of mother’s side) poked me, and whispered in a desperate tone:
Can you help me? Why do I see more people resembling your father than I’m aware of that even exist?’ so I was quick to explain that my grandfather had been married twice. Except for one child, all of his children (eight in total) had done their utmost best to resemble my grandfather as much as possible. And so each other. With success, it now appeared.
It does lead to confusion if you’re not aware you don’t know all of them.

Now it seemed like a repeat of that situation. Without the uncle asking for explanation.
The halfbrother of my father had died. Sermon and funeral in a small chapel. In between muddy fields where soccer was being played. No parkingspot in front of the dry chapel, instead we had to go for one of these muddy places.
Noticing familiar faces. Not really knowing them, despite the fact that you’re aware of each other’s existence. Then you notice the daughter of the diseased one, who resembles one of your aunts (not present now) in such a way it’s almost scary. 

A small chapel. The coffin, surrounded by vases with flowers. The children on the left, the grandchildren on the right. Others circled around them, chairwise. Amongst them, us. The other family. For support and out of curiosity. Curious about the familyties of which we were never really a part. Because of the divorce that took place.
My grandfather divorced his first wife, which the diseased was a child of, and married my grandmother.

Both children of the diseased spoke. The daughter quite short and a bit pragmatic. She clearly simply accepted her father the way her was and loved him for his part in her life.
‘I would not have wanted a different father!’ she concluded quite powerfully.
Son had more to tell about this father, who was, apparently, quite a dabbler (‘no pvc-pipes, but a garden hose, as that was cheaper’, ‘out of a photo tripod he made an easel’, ‘he kept every car and cycle tire, because they were great for fixing broken soles of shoes”). Meanwhile this also meant that not every solution for a problem was that practical (‘we couldn’t eat at the dining table for weeks, as dad was occupied fixing the motor of a car and that was the operating table being used’, ‘the van didn’t fit in the garage, so dad took a spade and dug out the floor to make the van fit the garage’).

The big tears were wept when the grandchildren spoke, who simply couldn’t keep dry during their speech.

It was very remarkable to hear so many familiar things about someone you have barely known. The love of onions, for instance, the fact that he could eat a bulb of garlic, stating it was ‘so very healthy’ (this seems to be the credo of our family?!). Always carry a pocket knife. The endless handicrafts if things don’t work the way you want them to work. The thorough read of a manual before starting to work with a new piece of equipment. The love for nature. The love for cycling. And so on. And so on.
We all carry the same last name. Today, this bonded more than ever.

The stories about the divorce are different. I have heard that the first wife didn’t want more children after two and that my grandfather did want more. Then my grandmother appeared and the first wife kept pushing the two together until they fell in love and a divorce was inevitable. But the first wife remained angry. She did remarry, but this never changed. It was a choice: either you were with her OR you picked for her ex. 

I had no idea that I was, apparently, part of the ‘other camp’. I have had no burden because of this. I simply wasn’t aware I was part of a family that this woman appeared to hate so much. Her own children had problems with this. The eldest especially, as she was married to the brother of the new wife. The one who died now was merely a teen when the divorce happened. He first believed all of the (often nasty) things his mother told him, only later on he realised it wasn’t true. This is difficult for a teenager, I can imagine.

I did speak to the daughter, who told me immediately she would have wished to have more contact with us. She was apparently quite happy we were there to attend her father’s sermon, for she thanked us several times for coming.

After that, we stepped back into the dirty field, into our cars.

 
Leave a comment

Posted by on December 13, 2015 in Daily life

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Handstand

Voor school moest ik eens de handstand kunnen. Ik zou er een cijfer voor krijgen en alles. Probleempje: die kon ik helemaal niet. Als kleuter al, had ik jaloers toegekeken hoe de vele meisjes in de pauze met een rok over hun hoofd tegen de muur stonden. Als een bloem met vele blaadjes stonden ze tegen de bakstenen muur aan. Het zag er sereen, ordentelijk en mooi uit.

En nu moest ik het, op de middelbare school, ineens daadwerkelijk kunnen. Anders kreeg ik een 3, was ons meegedeeld.

‘Ik moet de handstand oefenen!’ beklaagde ik me tegen m’n ouders. Toen kwam het verrassende antwoord van mijn vader:

‘Oh, die kan ik’, op een toon alsof hij zei dat hij een boterham met kaas kon maken.

‘Dan mag jij het haar ook leren’, vond mijn moeder.

Dus hop, naar boven. Daar was een kamer waar we met gemak een muur helemaal leeg konden maken. Zo gezegd, zo gedaan. Tafel aan de kant, muur leeg. Mijn vader deed het vast een keer voor.
Iets wat u over mijn vader moet weten: hij heeft een tamelijk fors postuur. Niet alleen in de lengte, maar überhaupt is hij vrij groot.  Hoewel zijn dik kan worden genoemd doe ik dat opzettelijk niet. Omdat ik zoveel mannen heb zien rondlopen met enorme blubberbuiken waarbij vergeten mijn vader een onschuldig lang grassprietje is. Mijn vader behoort simpelweg niet tot die soort. Hij is wat je noemt een Bourgondiër. Hij houdt van eten. Lekker eten. Dat is te zien.
Om terug te komen op het verhaal: dat lijf stond ineens ondersteboven tegen de muur. In een onderbroek. Sierlijker dan ik had verwacht.

‘Nu jij’, sprak hij simpel, toen hij weer stond. Ook zowat: afzetten tegen de muur en netjes weer op je voeten komen. Dat deed hij ook. Een balletdanseres had niet soepeler kunnen zijn.
Ik probeerde het. Het mislukte, zoals wel vaker gebeurd bij eerste pogingen tot iets.
‘Nee, verder. Je moet je benen helemaal naar achteren gooien’, instrueerde hij.
Nog eens. Weer mis. Nog eens. Weer mis. Ik trapte m’n voeten niet ver genoeg naar achteren, dat was het probleem.
Hij ging tegen de muur staan.
‘Ja, kom maar’, sprak hij rustig. Ik ging weer. Hij pakte mijn benen beet, zette ze tegen de muur.
‘Zover moet je, voel je dat?’ het voelde of ik helemaal door zou vallen, tot ik de muur voelde. Ik zette me krachtig af om weer op de grond terecht te komen.

‘Wauw, dat is een heel stuk!’ hijgde ik.
‘En nu probeer je het nog eens’, mijn vader was instructeur geweest in het leger. Een simpel bevel, zonder druk maar helder en eenvoudig.
Ik probeerde het nog eens. En het lukte!
‘Goedzo!’ sprak hij tevreden, ‘probeer het meteen nog eens, dan weet je zeker dat je het kunt as het moet;’. Ik gehoorzaamde.
Het werd steeds makkelijker.
Een week later haalde ik een 7,8 voor mijn handstand.

My school once gave me (the class) the assignment to make a handstand. In gymclass, yes. You’d receive a grade and all. Problem: I couldn’t. Not at all. Ever since being a toddler I’d envied the girls at nursery school who’d been able to make human flowers of themselves, standing upside down with their skirts hanging upside down over their heads while doing it as a group. Petal-like legs spread on a brickwall as if they were ivy. They looked serene, gracious and beautiful.

And now, in middle school, all of the sudden I was expected to be able to do that! It would lead to an F if we weren’t able to do one, we were told.

I have to practice a handstand!’ I complained towards my parents. The surprising answer of my father:
‘Oh, I can do that!’ on a tone as if he’d just said he could make a cheese sandwich.

‘Ok, so you teach her then’, my mother concluded. 

So up we went. To a room that had easy access to a wall to practice. We emptied the wall by putting a table aside an my father showed his ability to do a handstand.
Something you outta know about my fathers’ figure: he is quite big. Tall, but also ‘big’. I won’t say fat as I’ve seen men whose bellies should have their own postal code and my father definitely does not belong in that category. He’s a so-called Bourgondier. He likes good food. And it shows. To get back to the story: all of the sudden, all of that body was turned upside down to a wall. In briefs. Far more elegant than I’d ever expected.
‘Your turn’, he simply indicated when he was back on his feet next to me. He also did that in a very gracious way. It was like watching ballet to me.
I tried. I failed, as usually happens with first tries to accomplish something.
‘No, go beyond’, he instructed, ‘you have to throw your legs all over your head’.
Another try. Failed again. Another try. Failed again.
He went to stand next to the wall.
‘Yes, come on’, he said calmly. I went for it. He grabbed my legs, planted them against the wall.
‘You have to go this far, do you feel that?’ it felt like I would drop through the wall onto the floor until I felt that wall. I pushed my foot against the wall firmly, landed on the floor.
‘Wow, that’s quite a distance!’ I panted.
‘And now, have another go’, he instructed me. My father has been an instructor in the army. Used to give calm and simple commands. Without pressure and very clear.
I gave it another try. Succesfuly!
‘Very good. Now practice some more, then next week will be no problem’, he told me.
It got easier and easier.
I got a B in gymclass that next week. 

 
1 Comment

Posted by on June 21, 2015 in Daily life

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

Kat in jas/ Cat in coat

Mijn broer kwam in zijn brugjaar zo af en toe ineens terug naar huis. Een nieuw schoolsysteem wat nog niet helemaal rijp was, waardoor het rooster ineens niet meer klopte, ondeugdelijke houding jegens de medemens en meer van dat soort grapjes waren hier doorgaans de reden van.
Of een verdwaalde kitten. Die wezens hebben bij ons in huis nogal eens de neiging gehad om zich onder zijn vleugels te verstoppen. Een van onze moederpoezen heeft ooit een heel nest kittens in zijn bed verstopt.
Waar wij ons het rambam naar zochten, want we wisten dat de bevalling kennelijk had plaatsgevonden. Moederpoes liep, leeg en wel, door het huis te banjeren. En ons vertellen waar ze had geworpen, ho maar. Alvast niet in de keuken, waar een kraamkamer was ingericht. Een kat en doen wat ‘m is opgedragen: haha.
Toen broerlief in bed werd gestopt en zijn benen probeerde te strekken, merkte hij de pluizige bolletjes bij zijn voeten op en riep:
‘Ik heb ze gevonden!’

Zo kwam het, dat toen mijn vader op een ochtend de voordeur open deed om naar zijn werk te vertrekken, daar tot zijn verbazing mijn broertje op de stoep trof.
‘Wat doe jij nou weer thuis?’ vroeg hij op nijdige toon.
‘Ja, ik moest wel, Hannah had zich in mijn jas verstopt!’ riep deze in al zijn onschuld uit, zijn fiets in het rek slingerend.
‘He?’ vroeg mijn vader verbaasd, terwijl hij de deur simpelweg openhield en achter mijn broer aan liep. Die was intussen door naar de woonkamer gelopen.
‘Hee, wat doe jij thuis?’ mijn moeder, verbaasd van achter haar krant, nog aan haar ontbijt.
‘Hannah zat in m’n jas, dus ik ben omgekeerd, naar huis’, zei hij, terwijl hij zijn jas open deed. En verrek, daar zat ze. Met grote tennisbal-ogen keek ze verschrikt mijn ouders aan. Die in lachen uitbarstten.
‘Wat een plek om je te verstoppen, sufferd!’ sprak mijn vader, terwijl hij het verschrikte beest over het verwarde kopje aaide en d’r uit de grote jaszak trok.
‘Nou, kom maar. Ik breng je wel naar school, dan leggen we het uit aan de conrector’, zei mijn vader mild tot mijn broertje.
En zo kwam het toch nog goed.

My brother sometimes arrived home earlier from his first year of midschool than anticipated. A schoolsystem not being completely functional yet, which left the schedule incomplete, incorrect behaviour towards other persons and superiors and more where that came from, were usually grounds for these early home arrivals.
Then we had kittens.
These creatures have often found their way underneath my little brother’s ‘wings’. It so happened that mothercat hid her kittens in his bed when no-one was around. We looked everywhere, for we knew the mothercat had delivered, as she was walking around slender and empty. We had prepared a ‘room’ for her in the kitchen, but using it? Meh. Cats never really do what you ask of ‘m, eh?
It wasn’t until my brother was put in bed at night and he wanted to stretch his legs, that he felt the little cottonballs in his bed.

‘I’ve found ‘m!’ he yelled then, so we could welcome our new familymembers properly.
So it happened that my father was about to leave for work, and found my brother in the front yard, just returning home.
‘What are you doing home early?’ he asked agitated.
‘I had to, Hannah was hidden in my coat’, he replied, all innocently.
‘Huh?’ my father replied surprised, simply holding the door and following my brother. Who marched straight through into the livingroom.
‘Huh? What are you doing back home?’ my mother asked, reading the newspaper, having breakfast.
‘Hannah was in my coat, I had to return home’, he said, opened his coat to show them. And there she was. With eyes the size of tennisballs she looked at my parents. Who started laughing loudly.
‘What a place to hide, you silly!’ my father said, petting the confused animal over its head, before yanking it out of the huge pocket. 
‘Oh well, come along. I’ll bring you back to school and we’ll explain things to your headmaster’, my father said to my little brother.
And so it all turned out well.

 
Leave a comment

Posted by on November 23, 2014 in Daily life, Humour

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

 
%d bloggers like this: